gamen

Behoefte aan een brein dat sneller werkt en beter is in strategisch denken? Ga eens een videospelletje spelen. Nieuw onderzoek suggereert dat het spelen van videospelletjes ons brein flexibeler maakt, waardoor het met meerdere oplossingen voor een probleem komt en sneller van taak kan wisselen.

Onderzoekers van University College London en de Queen Mary University verzamelden een groep proefpersonen en lieten deze mensen het spel StarCraft spelen. Hierbij moesten de proefpersonen een leger opbouwen en zo organiseren dat de vijand ermee verslagen kon worden. Een tweede groep proefpersonen speelde een spel dat een stuk simpeler was en waarbij minder tactiek kwam kijken: The Sims. Alle proefpersonen speelden het spel gedurende veertig uur, uitgesmeerd over zes tot acht weken. Voor en na deze periode van zes tot acht weken ondergingen de proefpersonen een psychologische test.

Resultaten
Uit het onderzoek blijkt dat de proefpersonen die StarCraft speelden beter scoorden wanneer hun cognitieve flexibiliteit werd getest. De proefpersonen waren sneller en accurater dan de mensen die The Sims speelden.

WIST U DAT…

…sporten ons brein beter bestand maakt tegen stress?

Outside the box
Wat betekent dat precies? “Creatieve oplossingen voor een probleem bedenken en ‘outside the box-denken’ vraagt om cognitieve flexibiliteit,” legt onderzoeker Brad Love uit. “Eerder onderzoek heeft aangetoond dat videospelletjes zoals Halo ons kunnen helpen om sneller te beslissen,” voegt onderzoeker Brian Glass toe. “Maar dit onderzoek toont aan dat strategische spelletjes onze vaardigheid om tijdens onze acties na te denken en van onze voorgaande fouten te leren, promoot. Ons paper toont aan dat cognitieve flexibiliteit, de hoeksteen van menselijke intelligentie, geen statische eigenschap is, maar getraind en verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door te gamen.”

“We moeten nu achterhalen hoe deze spelletjes tot die veranderingen leiden en of die cognitieve boost permanent is of na verloop van tijd afneemt.” Daarna kan gekeken worden of de onderzoeksresultaten wellicht implicaties hebben voor tal van problemen. Denk bijvoorbeeld aan symptomen die samenhangen met ADHD of hersenbeschadigingen.