Het gaat om ‘neefjes’ van de vleermuizen die vermoedelijk dienst deden als gastheer voor het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2.

Wetenschappers verbonden aan het Field Museum ontdekten de nieuwe soorten op een ietwat bijzondere plek: in de collectie van musea. Ze analyseerden het DNA van vleermuizen die in de laatste decennia op verschillende plaatsen in Afrika aan museumcollecties zijn toegevoegd en ontdekten zo zeker vier nieuwe vleermuissoorten.

Familie
De vier nieuwe soorten behoren allemaal tot de zogenoemde bladneusvleermuizen. Dat maakt ze nauw verwant aan de beruchte hoefijzerneuzen: een vleermuizenfamilie waarbinnen het nieuwe coronavirus dat wereldwijd voor een hoop ellende zorgt, waarschijnlijk zijn oorsprong vond.


Het maakt de ontdekking van deze vier vleermuissoorten relevanter dan ooit, zo stelt onderzoeker Bruce Patterson. “We hebben een virus dat amok maakt onder mensen en zijn oorsprong vond in een hoefijzerneusvleermuis in China. Er zijn 25 of 30 soorten hoefijzerneusvleermuizen in China en niemand weet welke soort hierbij betrokken was. We zijn het aan onszelf verplicht om meer over deze vleermuizen en hun familieleden te weten te komen.”

Er valt nog veel te ontdekken
Niet alleen met het oog op de huidige pandemie. Maar ook omdat niet kan worden uitgesloten dat deze nieuwe of andere nog onontdekte vleermuissoorten in de toekomst ook nog een keertje voor problemen gaan zorgen. “Geen van deze bladneusvleermuizen dragen een ziekte bij zich die nu problematisch is,” stelt onderzoeker Terry Demos. “Maar we weten niet of dat zo blijft. En we weten nog niet eens hoeveel soorten bladneusvleermuizen er eigenlijk zijn.” Dat er nu in museumcollecties al vier nieuwe soorten zijn ontdekt, doet immers vermoeden dat er nog wel een paar op ontdekking wachten. En wie weet wat die bij zich dragen..

Deze twee vleermuizen blijken tot soorten te behoren die de wetenschap tot voor kort onbekend waren. Afbeelding: B.D. Patterson, Field Museum.

Er is dus – zeker met de huidige pandemie in gedachten – alle reden om die ons nog onbekende soorten op te sporen. Vervolgens kunnen we dan uitzoeken hoe ze geëvolueerd zijn, waar ze leven en hoe ze de interactie aangaan met hun leefomgeving en alles wat daarin leeft. Die kennis is hard nodig. Maar zelfs voor veel reeds beschreven vleermuissoorten nog niet voorhanden. En dat moet veranderen, zo stellen de onderzoekers. Want hoe meer we over vleermuizen weten, hoe beter we ons ook kunnen beschermen tegen de ziekten die zij verspreiden. En hoewel bladneusvleermuizen geen rol spelen in de verspreiding van het nieuwe coronavirus dat nu de wereld overtrekt, verdienen ook zij daarin onze aandacht. “Bladneusvleermuizen dragen ook coronavirussen bij zich – niet de stam die mensen nu treft – maar het zal zeker niet de laatste keer zijn dat een virus van een wild dier overspringt op mensen,” benadrukt Demos. “Als we beter weten wat dit voor vleermuizen zijn, zijn we straks ook beter voorbereid wanneer dat gebeurt.”


Meer dan virusreservoirs
Tegelijkertijd moeten we ook niet vergeten dat vleermuizen veel meer zijn dan alleen maar virusreservoirs. Zo spelen ze een enorme – maar eveneens nog slecht begrepen – rol in de bestuiving van onze gewassen. En ze eten muggen op die mensen anders ook ziek hadden kunnen maken. Dat maakt vleermuizen bijzonder waardevolle beestjes. En we moeten ons er dan ook niet toe laten verleiden om ze – in het licht van de nieuwe pandemie – te bestrijden. “Deze vleermuizen hebben een plaats in de natuur en vervullen essentiële ecologische functies en we mogen onze angst voor COVID-19 er niet voor laten zorgen dat we natuurlijke ecosystemen uit elkaar gaan trekken,” stelt Patterson. Daar komt namelijk alleen maar ellende van. Want juist wanneer wij het leefgebied van vleermuizen en de vleermuizen zelf op gaan zoeken, kunnen de virussen die zij bij zich dragen zich onder mensen gaan verspreiden. “Tenzij je vleermuizen opzoekt – hetzij om ze lastig te vallen of om ze te doden – is het echt heel, heel onwaarschijnlijk dat ze je zullen infecteren,” benadrukt Demos.

Grote koloniën en sterke beestjes
In het geval van het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 lijken vleermuizen mensen overigens niet direct te hebben geïnfecteerd. Aangenomen wordt dat vleermuizen het virus over hebben gedragen op een ander zoogdier – mogelijk een schubdier – dat het vervolgens weer overdroeg op mensen. Het is overigens niet de eerste keer dat een virus dat in vleermuizen huist zijn weg weet te vinden naar mensen; dat is al vaker gebeurd. Hoewel alle organismen virussen bij zich dragen, lijken vleermuizen met name heel goed te zijn in het overdragen van die virussen op mensen. Hoe dat komt, is eveneens nog onduidelijk. Mogelijk speelt het feit dat ze in enorme koloniën – die soms wel 20 miljoen vleermuizen tellen – leven, een rol. “Omdat ze samenscholen en voor elkaar zorgen, duurt het niet lang voor een ziekteverwekker zich van de ene naar de andere kant van de kolonie heeft begeven,” stelt Patterson. Ook het feit dat vleermuizen atletische vliegers zijn, kan een rol spelen. “Als je een vleermuis vilt, dan (…) zie je nauwelijks ingewanden, ze bestaan vrijwel geheel uit schouders en borstspieren. Het zijn geweldige atleten.” En ze hebben een snelle stofwisseling en krachtige immuunsystemen. Als klap op de vuurpijl hebben ze DNA dat zich wanneer het beschadigd raakt, heel goed kan repareren. Kortom: het zijn sterke dieren die niet snel ziek worden van de virussen die ze bij zich dragen, virussen die soms wel schadelijk zijn voor mensen.

De bladneusvleermuizen die nu zijn ontdekt, maken deel uit van een familie die te vinden is in Afrika, Azië en Australië en omgeving. En juist van de soorten die in Afrika voorkomen, weten we nog te weinig. Sterker nog er zijn – zoals dit onderzoek ook maar eens bewijst – zelfs nog heel wat soorten die ons onbekend zijn. Het komt doordat er relatief weinig onderzoek naar wordt gedaan en veel van die vleermuizen huizen in gebieden waar politieke onrust schering en inslag is. Maar ook buiten Afrika is er ook als het gaat over reeds ontdekte soorten nog veel wat we niet weten. Met wereldwijd zo’n 1400 verschillende soorten vleermuizen – waarvan 25% pas ergens in de laatste vijftien jaar is ontdekt – moet er nog heel wat werk verzet worden, willen we deze dieren en de bedreiging die de virussen die ze bij zich dragen voor ons (kunnen) vormen, doorgronden.