De kleinste heeft ongeveer de maat van een rijstkorrel.

Madagaskar is een waar kikkerparadijs. Het eiland – dat net iets groter is dan het vasteland van Frankrijk – herbergt maar liefst 350 verschillende soorten kikkers. Dit aantal neemt ook nog eens gestaag toe. Vooral kleine kikkersoorten zijn in trek. Zo zijn onderzoekers in een nieuwe studie voornamelijk op hele kleine exemplaren gestuit.

Nieuwe soorten
In totaal troffen de onderzoekers vijf nieuwe soorten kikkers aan. De grootste van deze vijf nieuwe soorten kan met gemak op je duimnagel zitten. De kleinste kan zich meten met een rijstkorrel. De kikkers behoren tot de familie van smalbekkikkers; een erg diverse groep die bijna op elk continent – met uitzondering van Europa en Antarctica – voorkomt.


Een volwassen mannetje behorend tot het nieuwe geslacht Mini rustend op een vingertop. Afbeelding: Sam Hyde Roberts

Mini
De vondst van de nieuwe kikkersoorten is best bijzonder. Zo blijken drie van de vijf ook nog eens helemaal nieuw te zijn voor de wetenschap. En dus kregen de auteurs de eer om ze van een nieuwe naam te voorzien. Formeel heet dit geslacht nu Mini. De andere twee nieuwe soorten – Rhombophryne proportionionalis en Anodonthyla eximia – zijn ook maar klein van stuk. Zo zijn zij slechts 11 – 12 mm groot en daarmee veel kleiner dan hun naaste verwanten.

Kikkers uit de smalbekkikker-familie kunnen zowel klein, als middelgroot zijn. Echter zijn verrassend veel kikkers uit de familie vrij klein. Deze kikkerfamilie omvat zelfs de kleinste kikker ter wereld: de Paedophryne amauensis uit Papoea-Nieuw-Guinea. Een volwassen exemplaar wordt slechts 7,7 mm groot.

Kleine kikkers
“Wanneer kikkers klein van stuk zijn, lijken ze opmerkelijk veel op elkaar,” zegt onderzoeker Mark D. Scherz. “Het is daarom eenvoudig om te onderschatten hoe divers ze echt zijn. Onze nieuwe geslachtsnaam Mini zegt het al. Volwassen varianten zijn slechts 8 tot 11 mm lang. Het grootste lid is 15 mm en zou gemakkelijk op je duimnagel kunnen passen.”

Het vinden van deze kikkers in de bossen van Madagaskar was dan ook niet altijd makkelijk. “Roepende mannetjes zitten vaak diep tussen de bladeren verstopt,” zegt onderzoeker Frank Glaw. “Ze stoppen daarnaast bij het minste of geringste al met roepen. Het kost daarom veel geduld om de kikker waar je naar op zoek bent, op te sporen.”