hardlopen

Mannen die in de baarmoeder aan veel testosteron zijn blootgesteld, kunnen verder lopen dan mannen die minder testosteron snoepten. De afstand die een man kan afleggen is waarschijnlijk een evolutionair signaal dat een man ‘goede’ genen heeft.

De onderzoekers van de universiteit van Cambridge hebben gekeken naar de wijsvinger-ringvinger-index bij 542 halve marathonlopers, waaronder 439 mannen en 103 vrouwen. De wijsvinger-ringvinger-index is de verhouding tussen de wijsvinger (2D) en de ringvinger (4D). Een man heeft vaak een korte wijsvinger en een lange ringvinger. Als het verschil tussen deze vingers groot is – en de zogenoemde 2D:4D-ratio klein – dan is een man als foetus blootgesteld aan meer testosteron.

Deze man heeft een kleine wijsvinger en een lange ringvinger, waardoor de 2D:4D-index laag is. Dit wijst op meer testosteron.

Deze man heeft een kleine wijsvinger en een lange ringvinger, waardoor de 2D:4D-ratio klein is. Dit wijst op meer testosteron.

De tien procent mannen met de kleinste 2D:4D-ratio bleken gemiddeld 24 minuten en 33 seconden sneller te finishen dan de tien procent mannen met de grootste 2D:4D-ratio. Oftewel: mannen die aan meer testosteron zijn blootgesteld in de baarmoeder, kunnen gemiddeld harder rennen. Dit verband werd ook gevonden bij vrouwelijke hardlopers, al was het verschil kleiner.

Jager-verzamelaars
De wetenschappers vermoeden dat vrouwen een voorkeur hebben voor mannen die ver kunnen rennen. Zeker in vroegere tijden was dit zeer belangrijk. Iemand die ver kon rennen, kon een langere tijd jagen. En jagen was d√© manier om aan voedsel te komen. “We dachten altijd dat een goede jager meer vlees had en dus ook meer kinderen kon voeden”, vertelt auteur Danny Longman van de universiteit van Cambridge. “Maar we denken dat de jager-verzamelaars eerlijk hun voedsel deelden. Dit betekent dat niet meer vlees, maar de manier waarop vlees werd verzameld belangrijker was. Denk hierbij aan goede eigenschappen zoals uithoudingsvermogen (om te jagen), intelligentie (om prooien te vinden en te vangen) en vrijgevigheid (om voedsel te delen met anderen).”

Evolutie van de mens
Momenteel zijn er nog steeds jager-verzamelaars actief, bijvoorbeeld in Afrika en Mexico. Ze leggen in vier a vijf uur tijd een afstand af van 30 tot 40 kilometer om een antilope of gnoe te doden. “Wanneer een jager fit is, kost het hem minder energie om een dier te doden. Jagen heeft mogelijk de evolutie van de mens veranderd.”