Nieuw onderzoek wijst uit dat virussen in zeewater nogal eens op het menu staan van onder meer sponzen en krabben.

Op dit moment hebben we onze handen vol aan het coronavirus dat zich in razend tempo over de wereld verspreidt. Omdat nog niemand immuun is voor dit specifieke virus, lijkt deze zolang er nog geen vaccin is, onoverwinnelijk. Toch gaat dit principe niet overal op. Zo blijkt uit een nieuwe studie van de Nederlandse marien ecoloog Jennifer Welsh van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) dat virussen in zee allesbehalve onaantastbaar zijn.

Infecteren
Virussen kunnen zich ook in de oceaan rap verspreiden. “Als een virus een cel infecteert kan die zijn gastheer ertoe aanzetten om nieuwe virussen te maken,” legt Welsh uit. “Deze komen vrij en kunnen op hun beurt weer vele nieuwe cellen infecteren.” Wat de onderzoeker echter ontdekte, was dat vele virusdeeltjes in zee – meer dan 150 miljoen per glas zeewater – ook voor een groot deel een ander lot beschoren zijn; ze eindigen als lunch voor een uiteenlopende groep zeedieren.


Japanse oester
Welsh ontdekte in haar studie dat verschillende zeedieren virusdeeltjes opnemen terwijl ze zeewater filteren. De Japanse oester filtert bijvoorbeeld zeewater om daar zuurstof uit te halen, of algen en bacteriën, die hij vervolgens als lekker maaltje naar binnen werkt. Maar terwijl de oester hier mee bezig is, krijgt hij eveneens virusdeeltjes binnen. “In onze experimenten voegden we geen voedsel toe, waardoor de oesters het water dus alleen filterden om zuurstof op te nemen,” vertelt Welsh. Uit de experimenten blijkt dat de Japanse oesters maar liefst twaalf procent van de virusdeeltjes uit het water haalden. Hiermee eindigt deze oester op de vierde plaats van alle soorten die Welsh in haar studie onderzocht.

Sponzen
Ook krabben en kokkels blijken uitzonderlijk goed virussen uit het water te kunnen halen en sleepten zelfs podiumplekken in de wacht. Maar de echte kampioenen zijn sponzen. “De sponzen verminderden de aanwezigheid van het aantal virussen in de experimenten binnen drie uur met wel 94 procent,” zegt Welsh. “Andere tijdsexperimenten lieten zien dat die opname van virussen zeer snel en effectief is. Zelfs als we elke 20 minuten opnieuw virussen aan het water toevoegden, bleven de sponzen ongekend doeltreffend in het verwijderen ervan.”

Meer over sponzen
Sponzen zijn ontzettend boeiende dieren. Zo kunnen ze zoals gezegd het water heel goed filteren, waarbij ze bacteriën, eencellige algen en dus zelfs virussen eten. Daarnaast blijkt dat sponzen mogelijk de allereerste dieren op aarde waren. Wetenschappers vonden namelijk in 640 miljoen jaar oude gesteenten sporen van zeesponzen. En dat betekent waarschijnlijk dat deze dieren – veel eerder dan elke andere levensvorm – al op aarde voorkwamen.

Leefomgeving
De bevindingen uit de studie zijn heel interessant. Want tot op heden was het nog onbekend dat meerdere soorten zeedieren een significante invloed hebben op het in toom houden van viruspopulaties. “De invloed van niet-gastheerorganismen in de directe leefomgeving is echt een factor die over het hoofd gezien is in de virusecologie,” meent Welsh. Toch plaatst de onderzoeker een kanttekening. Want volgens haar vallen de bevindingen uit de studie niet één op één te rijmen met de natuurlijke situatie. “De situatie is daar een stuk complexer omdat veel meer diersoorten invloed op elkaar hebben,” licht ze toe. “Als een oester aan het filteren is en er komt een krab voorbij, dan sluit hij zijn klep en stopt hij met filteren.” Ook heb je in de natuur te maken met factoren zoals getijdebewegingen, temperatuur en UV-licht, wat mogelijk invloed uitoefent. “Toch is ook in de natuur predatie door niet-gastheren zeker iets om rekening mee te houden,” concludeert Welsh.


Volgens de onderzoeker zijn de nieuwe inzichten op termijn bruikbaar voor bijvoorbeeld de aquacultuur. Daar leven vissen of schaaldieren voor consumptie in afgesloten stukken water die in directe verbinding staan met de zee. Hoewel aquacultuur steeds meer op komt als een duurzaam alternatief voor de visserij, blijken natuurbeschermers toch niet zo enthousiast. Dat komt omdat op dit soort zoutwaterboerderijen enorm veel exemplaren van één soort in monocultuur bij elkaar leven. Als daar een besmettelijke ziekte uitbreekt, is het risico groot dat de ziekteverwekker zich uitbreidt naar de wilde populaties in zee. “Maar met de introductie van voldoende sponzen zou het gevaar van een virusuitbraak mogelijk in de kiem te smoren zijn,” besluit Welsh.