Vissen zijn geen vogels. De één leeft in het water, de ander vliegt in de lucht. Toch zijn er ook vliegende vissen, die 45 seconden in de lucht kunnen hangen en in die tijd een afstand van honderden meters overbruggen. Uit een nieuw wetenschappelijk onderzoek blijkt dat vliegende vissen met vier vleugels net zo goed vliegen als een havik of een Carolina-eend.

Door korte duikvluchten te maken kunnen vliegende vissen ontsnappen aan roofdieren en besparen ze meer energie. Boven het water spreiden ze hun vleugels uit, waarna ze door middel van luchtdruk door de lucht glijden, net zoals een zweefvliegtuig.

Wetenschappers Haecheon Choi en Hyungmin Park van de Nationale Universiteit van Seoul plaatsten sensoren op de lichamen van vliegende vissen en zetten de dieren in een windtunnel. Vervolgens probeerden ze achter het glijgetal te komen, oftewel de verhouding tussen de horizontale afgelegde afstand en de verticale afgelegde afstand van een niet aangedreven object dat zich voortbeweegt door de atmosfeer.

Wat blijkt: wanneer vissen dichtbij en parallel aan het zeeoppervlak zweven, dan blijven ze langer in de lucht hangen. Het glijgetal gaat omhoog, waardoor de vliegende vissen een stuk efficiënter vliegen.

De onderzoekers beweren dat de vliegende vissen hun vleugels net zo goed gebruiken als vogels.