Grote vraag is: zit de consument daar op te wachten. En ook niet onbelangrijk: is dat labvlees nu echt zo’n goed idee?

Eet minder vlees. Een eenvoudige boodschap met een complexe realiteit. Duurzaam leven is vaak een uitdaging, vooral als het gaat om het verlangen van mensen om vlees te eten zoals het momenteel wordt geproduceerd. Ja, vegetarische en veganistische eetpatronen worden steeds populairder en mensen experimenteren met plantaardige vervangers. Echter, een ander, duurzamer alternatief dat maatschappelijk nog moeten worden geaccepteerd is in-vitrovlees.

In het lab
In-vitrovlees is een proces waarbij vlees wordt gekweekt in een laboratorium met behulp van cellen van een levend dier. In eerste instantie vind je het wellicht vreemd klinken, maar denk er eens over na, misschien is het wel logisch. Recent onderzoek geeft aan dat, hoewel mensen zich bewuster zijn van de negatieve milieu- en gezondheidseffecten van het eten van vlees, eetpatronen te langzaam veranderen. Waarom dan niet het potentieel onderzoeken van een vervanger die mogelijk duurzamer is, maar minder gericht op veranderingen in eetpatronen?

“Wetenschappers werken sinds het einde van de jaren negentig aan vlees voor menselijke consumptie. Het concept is eenvoudig, maar het proces is lastig”

Hoe het werkt
Het kweken van vlees in een laboratorium is zeker geen nieuw idee. Wetenschappers werken sinds het einde van de jaren negentig aan vlees voor menselijke consumptie. Het concept is eenvoudig, maar het proces is lastig en het kost tijd om het goed te krijgen. Eerst neem je cellen van een gezond dier; koe, varken, kip, wat je maar wilt. Om vervolgens een smakelijke rundvleesburger te maken, zijn er veel spiercellen nodig. Een optie is om te beginnen met embryonale stamcellen, omdat deze snel vermenigvuldigen. Dit zijn cellen uit een embryo die kunnen uitgroeien tot één van de meer dan 200 celtypen in een volwassen lichaam. Het nadeel is dat embryocellen niet makkelijk spiercellen vormen. Optie twee is het gebruik van volwassen stamcellen uit spierweefsel. Deze cellen zijn moeilijker te kweken, maar het is eenvoudiger om er spiercellen van te maken. Voor beide opties is de volgende stap om cellen in een petrischaal te plaatsen en groeiserum toe te voegen, wat de cellen stimuleert om zich te vermenigvuldigen. Hier wordt het een beetje vreemd, de spiercellen moeten worden ‘getraind’ om massa op te bouwen. Er wordt een steiger gebruikt om spanning te creëren, vergelijkbaar met het doen van sit-ups of biceps curls. Zodra de cellen voldoende massa hebben om vellen spiervezels te vormen, kunnen ze worden gemalen. En zo verkrijg je gemalen kweekvlees.

Aanschouwing van het potentieel
Conventionele vleesproductie is één van de belangrijkste oorzaken van de opwarming van de aarde en beslaat grofweg 15-24 procent van alle broeikasgasuitstoot. Het is ook een belangrijke oorzaak van het uitsterven van planten-, dier- en insectensoorten, omdat bossen en wetlands boerderijen worden. Jaarlijks gaat 13 miljard hectare (ongeveer 13 miljard voetbalvelden) aan bos verloren, doordat land wordt omgevormd tot weide voor grazen of akkerland om vee te voeden. Naarmate andere landen overschakelen op westerse eetpatronen met veel vlees zal de veeteelt toenemen. Er wordt verwacht dat de wereldwijde vleesproductie in 2050 het niveau van 1999 verdubbelt. Dit is waar in-vitrovlees kan helpen om onze ecologische impact aanzienlijk te verminderen. In de afgelopen zes jaar hebben meerdere studies vastgesteld dat in-vitrovlees het grondgebruik, het energiegebruik en de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk kan verminderen. Bovendien kunnen natuurlijke rijkdommen en biodiversiteit worden gehandhaafd, omdat er weinig of geen land nodig is. Zelfs als het niet vervangt, maar een bijdrage levert aan de totale vleesvoorziening, zou dit de impact aanzienlijk verminderen.

Veilig en lekker?

Hoe veilig is kweekvlees? Volgens onderzoekers is het net zo veilig als conventioneel vlees. Ze wijzen erop dat het immers ook van dierlijk weefsel is gemaakt. Proeft het dan ook net zo als gewoon vlees? Nee, zo bleek in 2013 tijdens de presentatie van ‘s werelds eerste kweekhamburger. De kweekhamburger deed qua textuur weliswaar sterk aan vlees denken, maar was aanzienlijk minder sappig dan een echte hamburger. Dat is goed te verklaren: de hamburger bevat geen vet.

Ziekteverwekkers
Maar in-vitrovlees heeft meer voordelen. De conventionele vleesproductie gaat gepaard met het verspreiden van ziekteverwekkers (zoals E. coli en salmonella) en overmatig gebruik van antibiotica. Overmatig gebruik van antibiotica kan leiden tot resistente superbacteriën die zowel dieren als mensen raken. Omdat in-vitro productie in een gecontroleerde omgeving wordt uitgevoerd, kan blootstelling aan ziekteverwekkers worden uitgesloten, waardoor het gebruik van antibiotica in de vleesproductie onnodig wordt.

De uitdagingen aangaan
In-vitrovlees staat voor meerdere grote uitdagingen om een levensvatbare optie te worden; productiekosten, schaal en maatschappelijke acceptatie. In 2013 waren de kosten van een hamburger 325.000 dollar, tegen 2016 was het 11 dollar. Hoewel een gekweekte hamburger nog steeds duur is, zijn de kosten in slechts 3 jaar meer dan 99% gedaald. De snelheid van deze kostenreductie wijst erop dat in-vitro vleesproductie een steeds beter alternatief wordt voor de conventionele vleesproductie.
Het aanpakken van de uitdaging van schaalvergroting zal ook het concurrentievermogen verbeteren. Schaalvergroting vereist een sneller productieproces op grotere schaal, van productie in een klein laboratorium naar het produceren van industriële hoeveelheden in een fabrieksomgeving. De uitvoerend directeur van The Good Food Institute stelt deze overgang van laboratorium naar fabriek gelijk aan vergelijkbare processen voor de massaproductie van yoghurt of bier. Net als veel andere voedingsmiddelen begint het in een laboratorium met hooggeschoolde technici, voordat industriële productie kan plaatsvinden.

“In-vitrovlees kan de traditionele vleesproductie wellicht niet volledig vervangen, maar kan wel bijdragen aan de algehele vleesvoorziening”

Acceptatie
Maatschappelijke acceptatie is een andere uitdaging die niet dezelfde mate van aandacht heeft gekregen als de praktische zaken. Dat was zo tot eerder dit jaar een studie werd gepubliceerd die de psychologische obstakels uiteenzette voor acceptatie door Amerikaanse consumenten van in-vitrovlees. Deze studie is een uitgangspunt om de publieke perceptie te leren begrijpen en om te testen of in-vitro een levensvatbare optie kan worden. Het concurrentievermogen is afhankelijk van mensen die ervoor openstaan in hun dagelijks leven. Hoewel mensen bereid zijn om het te proberen, zien velen het nog steeds als “onnatuurlijk” of zullen ze het waarschijnlijk niet regelmatig eten of beschouwen als vervanger voor conventioneel vlees.

De toekomst van in-vitrovlees
In-vitrovlees kopen in winkels of restaurants is nog geen realiteit. De obstakels zijn nog steeds groter dan het potentieel. Naarmate de technologie vordert en we meer te weten komen over de publieke perceptie, zou het in de komende vijf tot tien jaar een optie kunnen worden. In-vitrovlees kan de traditionele vleesproductie wellicht niet volledig vervangen, maar kan wel bijdragen aan de algehele vleesvoorziening. Daardoor vermindert het uiteindelijk de impact van een groeiende vraag naar vlees.

Biotechstart-ups investeren in het potentieel van in-vitrovlees. Memphis Meats in de VS, Mosa Meats in Nederland en Super Meat in Israël hebben allemaal een visie voor de toekomst van in-vitrovlees. Misschien klinkt de term ‘kweekvlees’ je nog steeds een beetje raar in de oren, maar dat ‘kweekvlees’ heeft wel potentie! Zoals bij elke andere vervanger of alternatief, is het echter slechts één van de vele opties om te verkennen. Het is niet dé oplossing. Want duurzaam leven betekent: je bewust zijn van de gevolgen van onze consumptie, waaronder niet alleen wat we consumeren, maar ook hoeveel we consumeren.

Lauren Wiginton komt oorspronkelijk uit Texas en is sinds 2015 woonachtig in Nederland. Wiginton studeert duurzame ontwikkeling aan de UU en wil het publiek graag informeren over de impact die het individu op de wereld heeft, in de hoop dat het leidt tot gedragsverandering en wetenschappelijke innovaties.