Aan het begin van de twintigste eeuw ontdekten piloten diverse lijnen in de woestijnen in het Nabije Oosten. Het doel van deze lijnen – in de vorm van vliegers en opgebouwd uit stenen – was lang onduidelijk. Wetenschappers zijn er nu echter uit: het zijn dierenvallen.

De onderzoekers bestudeerden zestien lijnen in het oosten van de Sinaï-woestijn en bevestigden wat sommigen al vermoeden: het zijn geraffineerde maniertjes om dieren te vangen. De muurtjes vormen als het ware trechters waar de dieren niet zo snel uit gaan. Ze volgen de muren en komen zo in een put terecht waar de mensen ze gemakkelijk konden pakken.

De lijnen zijn zo’n 2300 tot 2400 jaar oud en zouden 2200 jaar geleden door de toenmalige bewoners van de woestijn zijn achter gelaten. “Het onderzoek toont aan dat de constructie van de ‘vliegers’ veel beter doordacht was dan eerder werd aangenomen,” vertelt onderzoeker Uzi Avner. “Het gebruik ervan was diverser dan we dachten en de kennis van het gedrag van de dieren was veel omvangrijker en dieper dan je zou denken. Wij twijfelen er dan ook niet aan dat de vliegers voor de jacht gebouwd werden.”

Opvallend genoeg zijn de muurtjes eigenlijk veel te laag om de dieren in een bepaald gebied te houden; ze kunnen er gemakkelijk over heen. Toch sturen de structuren de dieren als het ware in kuddes naar de juiste plaats. Juist op het moment dat de dieren dachten een uitgang te hebben gevonden, vielen ze in een put.

Dergelijke structuren komen niet alleen in het Nabije Oosten voor, maar worden ook op diverse andere continenten aangetroffen. Waarom de lijnen 2200 jaar geleden plots door de woestijnbewoners werden achtergelaten, blijft een mysterie. Volgens Nadel kan het iets te maken hebben met een verandering van het klimaat of een verandering in de jachtstrategie.