De mens joeg in het laatpaleolithicum mogelijk op de holenleeuw voor diens vacht. En wellicht eindigde die vacht vervolgens..op de vloer.

Dat schrijven onderzoekers in het blad PLoS ONE. Ze baseren hun conclusies op een onderzoek naar negen gefossiliseerde tenen van holenleeuwen die in een grot in het noorden van Spanje zijn teruggevonden.

Villen
De meeste botten bleken door mensen met behulp van stenen gereedschappen te zijn behandeld. De sporen die daarvan op de botten zijn achtergebleven suggereren dat de mensen een techniek gebruikten die ook moderne jagers gebruiken wanneer ze hun prooi villen en daarbij de klauwen aan de vacht vast willen laten zitten. Het suggereert dat de negen tenen ooit aan één ongelukkige holenleeuw toebehoorden.

Op de grond
Maar wat deden de mensen met de vacht van die leeuw? De botten zijn vrij diep in de grot aangetroffen, op een plek die eerder al in verband werd gebracht met rituele activiteiten. Het lijkt de onderzoekers dan ook aannemelijk dat de vacht tijdens rituelen werd gebruikt. Mogelijk legden ze deze op de grond van de grot neer. Een andere optie is dat ze deze gebruikten om een rituele hut mee af te dekken.

Beperkt bewijs
Het was reeds bekend dat mensen in het laatpaleolithicum op kleinere en grote vleesetende dieren joegen. Maar bewijs voor de jacht op de holenleeuw is beperkt. Natuurlijk toont dit nieuwe onderzoek niet met 100 procent zekerheid aan dat mensen op deze indrukwekkende leeuw joegen. Zo kan niet worden uitgesloten dat de mensen gewoon een dode leeuw vonden en deze vilden.

Mocht de holenleeuw wel door mensen zijn gedood, dan kunnen zij daarmee zomaar een bijdrage hebben geleverd aan het uitsterven van deze indrukwekkende dieren. De holenleeuw stierf ongeveer 14.000 jaar geleden uit. Het uitsterven van de holenleeuw is tot op heden onverklaarbaar.