zangvogel

Als een vogel veel liedjes zingt, is dat een teken dat hij slim is. Het betekent echter niet dat hij intelligent is op álle vlakken. Nieuw onderzoek suggereert dat mentale plus- en minpunten van vogels te herkennen zijn aan het zangrepertoire, en vrouwtjesvogels gebruiken die kennis ook.

Vogelzang zien wetenschappers al lang als betrouwbare indicator voor de cognitie van vogels omdat het zo afhankelijk is van de hersenstructuur en de functies. Zo gebruiken neurowetenschappers vogelzang al langer als model voor de menselijke spraakontwikkeling. Wanneer een vogel goed en veel leert zingen, is het hiervoor betrokken deel in de hersenen volop in ontwikkeling. De onderzoekers stellen in hun paper in Biology Letters dat het brein zich daardoor elders iets mínder goed kan ontwikkelen.

Onderzoek
Stephen Nowicki en zijn collega’s hielden het zangrepertoire bij van veertien mannelijke zanggors (Melospiza melodia). In een houten balk verstopten zij telkens een meelworm in één van de twaalf ondiepe gaatjes. Over de helft van de gaatjes zaten plastic kapjes zodat de vogels konden leren en onthouden waar de worm te vinden was in het houten blok. De vogels die dit sneller begrepen en leerden, zongen minder liedjes. En dat was juist het tegenovergestelde van wat de onderzoekers vermoedden. Intelligentie verschilt dus bij verschillende taken. Eigenlijk net zoals bij mensen. En het lijkt erop dat een groter zangrepertoire gelinkt is aan cognitief tekort bij andere mentale processen.

Eerder onderzoek
Eigenlijk gaat deze bevinding tegen eerdere conclusies van voorgaande onderzoeken in. Bij eerder onderzoek ‘paste’ de omvang van het zangrepertoire namelijk wel bij het ruimtelijk geheugen van de zangvogels. Zo toonde onderzoek met bijvoorbeeld spreeuwen aan dat vogels met een grotere ‘playlist’ juist sneller ruimtelijke taken leerden oplossen. Nu is het verband tussen zang en andere cognitieve vermogens van vogels een beetje zoek en dat suggereert dat er een zogenoemde trade-off bestaat: een sterk punt weegt af tegen een zwak punt, zegt Nowicki.

Hoe het vogelbrein zich ontwikkelt is afhankelijk van hoeveel moeite vogels steken in het leren van liedjes of andere mentale taken. Liedjes leren gebeurt in het hersengebiedje HVC dat gezien wordt als de ‘zangkern’. Ruimtelijk leren gebeurt in de hippocampus. “Tijdens de ontwikkeling gaat er meer naar het ene of het andere gebied waardoor de vogel goed is in het één en hierdoor slechter in het ander,” zegt Nowicki. Wellicht weten de vrouwtjesvogels dit ook en gebruiken ze het bij hun partnerkeus wanneer ze inschatten wat de mentale sterktes en zwaktes van een mannetjesvogel zijn. Voor duidelijke conclusies over hoe het brein van vogels zich ontwikkelt, zullen de wetenschappers wel verder moeten kijken naar wat er nu precies gebeurt in de vogelkopjes.