Te veel zonnebloempitten leidt tot misvormde spermacellen bij groenlingen en appelvinken.

Een voedertafeltje in de tuin met een ruim assortiment aan zaden, vetbollen en pinda’s. De mezen en vinken vliegen af en aan. Regelmatig komt er een merel of een roodborstje voorbij. Verschillende vogelsoorten profiteren van dit extra voedsel. Het bijvoeren van vogels is dus een goede zaak. Of toch niet? Een studie in het vakblad Journal of Avian Biology toont aan dat bijvoeren ook negatieve gevolgen kan hebben.

Essentiële vetzuren
De mogelijke boosdoeners op het voedertafeltje zijn zonnebloempitten. Deze zaadjes bevatten veel linolzuur, een omega 6-vetzuur. Samen met omega 3-vetzuur vormt het een essentieel deel van het vogeldieet. Maar de balans tussen beide vetzuren moet wel goed zitten. Een teveel aan omega 6-vetzuren kan problemen veroorzaken. Een chemische reactie met bepaalde zuurstofmoleculen leidt tot de afbraak van celmembranen, de biologische structuren die cellen omhullen.


De Appelvink. Afbeelding: Serge Serebro (via Wikimedia Commons)

Noorwegen en Tsjechië
De onderzoekers bekeken het dieet van twee vinkensoorten: de groenling en de appelvink. Deze zangvogels zijn verzot op zonnebloempitten. In Noorwegen vinden deze vogels talrijke voedertafeltjes met zonnebloempitten. In Tsjechie wordt minder bijgevoerd en zijn zonnebloempitten moeilijker te vinden. Het bloed van de Noorse vinken bevat dan ook veel meer omega 6-vetzuren dan dat van de Tsjechische vogels. Groenvinken in Noorwegen hadden bijvoorbeeld 75 omega 6-vetzuren voor elk omega 3-vetzuur in hun bloed. Dat is ver boven de optimale balans tussen deze vetzuren, die ligt op ongeveer 6 tot 9 omega 6-vetzuren voor elk omega 3-vetzuur.

Spermacellen
Welke negatieve gevolgen heeft dit teveel aan omega 6-vetzuren voor de vogels? De onderzoekers vonden een verband tussen de hoeveelheid omega 6-vetzuren en het aantal misvormde spermacellen. Waarschijnlijk verstoren chemische reacties met de vele omega 6-vetzuren de productie van spermacellen. Met name de vorming van celmembranen aan het ‘kopje’ van de spermacellen verloopt verkeerd. Door de misvormde spermacellen hebben de vinken een verlaagde vruchtbaarheid. Als we in de toekomst nog groenlingen en appelvinken op onze voedertafels willen zien, dan zullen we minder zonnebloempitten op het menu moeten zetten.