Wetenschappers weten al jaren dat vogels tijdens hun migratie gebruik maken van het magnetische veld van de aarde. Maar hoe ze dat precies doen, was lang onduidelijk. Wetenschappers hebben nu echter aangetoond dat de snavel magnetische deeltjes bevat die als een kompas werken.

De onderzoekers van het Duitse Max Planck Instituut bestudeerden roodborstjes en karekieten. Ze zorgden dat de ijzermineralen in de snavel van de vogeltjes andere polen kregen (noord werd zuid en omgekeerd) en keken wat er gebeurde. Al snel bleek dat de magnetische deeltjes bepalend waren voor de route die de vogels kozen.

De ‘magneten’ in de snavel lijken verbonden te zijn met het zenuwstelsel en zo door te geven waar de vogels heen moeten vliegen.

Eerder vermoedden wetenschappers ook al dat de snavel magnetisch was, maar ze hielden er tevens een tweede theorie op na: de vogels zouden wellicht in staat zijn om het magnetische veld waar te nemen en zo hun route naar warmere of koudere oorden kunnen vinden. Alles wijst erop dat dat echter niet het geval is.