Vogels vertrouwen het meest op hun reukorgaan tijdens lange migratievluchten. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek. Ze vertrouwen daar meer op dan op de magnetische velden van de zon en de aarde. Hoe ontwikkelen vogels een interne landkaart? En hoe weten ze altijd de weg terug naar huis te vinden?

Volwassen vogels weten precies waar hun thuis is. Zelfs al vliegen ze boven onbekend gebied, dan nog zijn ze in staat om de goede weg naar de juiste locatie te vinden. Onderzoekers van het Max Planck Instituut hebben onderzocht hoe dit mogelijk is.

De wetenschappers ontvoerden negentien volwassen vogels uit de Amerikaanse staat Illinois en zetten ze af in de staat New Jersey. De wetenschappers manipuleerden de vogels. Een groep kon niet meer ruiken, een groep kreeg sterke magnetische impulsen te verwerken en kon niet meer gebruik maken van het magnetische veld van de aarde en een groep bleef ongedeerd. De vogels kregen allemaal een radiozender met zich mee.

Verrassend genoeg wisten de vogels die geen gebruik konden maken van het magnetische veld van de aarde, terug te vliegen naar Illinois. De vogels wiens reukorgaan was aangepast, konden gebruik maken van het magnetische veld en vlogen gewoon naar het zuiden. Ze kwamen echter niet in Illinois terecht.

Kortom, het magnetische veld geeft vogels een idee waar ze naar toe moeten vliegen, maar het reukorgaan is nodig om de exacte weg naar huis te vinden.