Nu de lente in aantocht is zingen steeds meer vogels hun mooiste lied. De liedjes die de zangvogels zingen zijn eigenlijk een soort taal, waarmee de dieren eenvoudige boodschappen overbrengen. Dit blijkt uit een onderzoek van Nederlandse biologen en taalkundigen. Vogelzang kan gezien worden als een primitieve vorm van onze taal. In tegenstelling tot vogelzang is onze taal natuurlijk veel ingewikkelder.

Utrechtse wetenschappers toonden eerder al aan dat de manier waarop zangvogels hun liedjes leren veel lijkt op hoe kleine kinderen leren praten. Vogels en kinderen leren in de vroege jeugd en praten of zingen pas na veel oefenen. Ook wordt bij beide leerprocessen een ander hersengebied aangesproken dan bij het praten en zingen zelf.

WIST U DAT…

…een vogel een vijand gebruikt om een vrouwtje voor zich te winnen?

Bioloog Johan Bolhous van de Universiteit Utrecht onderzocht samen met collega’s uit de Verenigde Staten, Japan en Duitsland in hoeverre het gezang van vogels als een taal gezien kan worden. Volgens Bolhuis en zijn collega’s zijn de liedjes van vogels een eenvoudige vorm van taal. Daarmee zijn zangvogels een goed model om de ontwikkeling van taal te bestuderen.

Vogeltaal is mensentaal?
Vogeltaal is echter geen mensentaal. Het grote verschil tussen vogelzang en taal is dat vogels de onderdelen van hun liedjes niet op allerlei manieren kunnen combineren zoals wij dat met woorden doen. Daardoor hebben liedjes een beperkte betekenis en zeggingskracht die niet kan tippen aan de rijkdom van onze taal. Eigenlijk kunnen ze met hun zang alleen maar vrouwtjes aantrekken en andere mannetjes afschrikken. Mensen daarentegen hebben een enorme culturele ontwikkeling doorgemaakt, waardoor ze door woorden te combineren op een hoogstaande manier met elkaar kunnen communiceren.