Met de olieramp in de Golf van Mexico nog vers in het geheugen, vragen sommigen zich af wat ons de komende decennia te wachten staat. Wetenschappers denken het wel te weten: wereldwijde olierampen. Niet door explosies of lekke leidingen, maar door cultureel erfgoed. De VS is als één van de eersten bezig met het vinden van een oplossing.

In augustus 1942 bezetten de Japanners Guadalcanal, één van de grootste Salomonseilanden. Een paar maanden later komen de Amerikanen. Er volgt een zeeslag en tot op de dag van vandaag liggen er vele scheepswrakken op de bodem van de zee. Eén daarvan is het Japanse schip de Hirokawa Maru. Het schip lekt af en toe olie en bedreigt zo de visserij en de plaatselijke flora en fauna.

Brandstof
Het verhaal van dit 6.800 ton wegende schip staat niet op zichzelf, zo concludeert journalist Mick Hamer in het blad New Scientist. In 2005 berekenden wetenschappers dat er wereldwijd 8.569 vervuilende schepen op de bodem van de zee liggen. Het gaat dan om schepen die met brandstof en al ten onder gingen.

Miljoenen
De wetenschappers schatten de hoeveelheid olie die op de bodem van de zee rust op ongeveer 2,5 miljoen tot 20 miljoen ton. Zelfs het laagste aantal is nog twee keer zo groot als de hoeveelheid olie die tijdens de olieramp in de Golf van Mexico vrijkwam.

Peak leak
De meeste schepen stammen uit de Tweede Wereldoorlog en zijn hard op weg naar hun zeventigste verjaardag op de bodem van de zee. Het water eist zijn tol: schepen rotten letterlijk weg en de olie komt vrij. Wetenschappers vermoeden dat het aantal lekkende schepen in de komende vijf tot tien jaar sterk groeit. Ze noemen het een peak leak. Eentje die zeker vijftig jaar kan duren.

Noordzee
De schepen liggen overal, maar zijn op bepaalde gebieden beter vertegenwoordigd. Zo liggen er in de Golf van Mexico vrij veel wrakken. Duitse boten waren hier namelijk zeer actief nadat de Verenigde Staten zich met de oorlog gingen bemoeien. Maar ook in de Noordzee is het raak.

Coimbra
De VS heeft besloten niet af te wachten tot de olie voor problemen gaat zorgen. NOAA – National Oceanic and Atmospheric Administration – brengt op dit moment de risicogevallen voor de kust van de Verenigde Staten in kaart. De Coimbra, een Britse tanker die in 1942 door de Duitsers voor de kust van New York werd getorpedeerd, staat ongetwijfeld hoog op de lijst. Het schip ligt 55 meter diep en heeft zo’n 11.000 ton smeerolie aan boord.

Wie?
De kosten van het opruimen van de scheepswrakken zijn hoog. Voor elke ton brandstof betalen overheden – afhankelijk van de ligging en situatie – toch al gauw zo’n 2.300 tot 17.000 dollar. En wie gaat dat betalen? In theorie zijn wrakken de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Maar weinig landen zijn bereid hun eigen rommel op te ruimen. In de Stille Oceaan zijn ongeveer 85 procent van alle wrakken van Japanse afkomst. De rest is Amerikaans. In de Middellandse Zee, Atlantische en Indische Oceaan is de helft van de schepen van de Britten. Een kwart komt voor rekening van de Amerikanen.

Tijdelijk
Het leegpompen van al deze schepen is dus tijdrovend en duur. Maar er is nog een oplossing. Wetenschappers kunnen de erosie van het metaal tegengaan. Dat is echter een tijdelijke oplossing, zo benadrukken de onderzoekers. Vroeg of laat komt die olie als er niet wordt ingegrepen, toch vrij.

Voor een compleet overzicht van het probleem kunt u hier terecht. Op de kaart ziet u waar de scheepswrakken liggen en om welke hoeveelheid het gaat.