Het halve meter lange kuitbeen is om meerdere redenen bijzonderder dan je op het eerste gezicht zou denken.

Het ziet er niet direct spectaculair uit: het gefossiliseerde, zwaarbeschadigde bot dat onderzoekers in een rotsblok ergens aan de waterkant van het Schotse eiland Eigg hebben teruggevonden. Maar bij nader inzien blijkt het een spectaculaire vondst. Het bot blijkt namelijk toe te behoren aan een dinosaurus die hier zo’n 166 miljoen jaar geleden rondliep. Daarmee is het bot afkomstig uit het Midden-Jura, een tijdperk waaruit – wereldwijd – maar weinig fossielen bekend zijn. Daarnaast gaat het kuitbeen de boeken in als het eerste Schotse dinosaurusfossiel dat buiten het eiland Skye is teruggevonden en bewijst het zo dat dino’s zich ook in andere delen van het hedendaagse Schotland thuis voelden. En tenslotte lijkt het bot ook nog eens toe te behoren aan een in Europa vrij zeldzaam type dinosaurus: de stegosauriërs. “Dit is een enorm belangrijke vondst,” aldus onderzoeker Elsa Panciroli, verbonden aan het National Museum of Scotland.

Stegosauriër
En het is tevens een ontdekking met een Nederlands tintje. Ook paleontologen aan de Universiteit Utrecht (UU) bogen zich namelijk over het kuitbeen en hielpen de Schotten om de dinosaurus te identificeren. De Nederlanders zijn er vrij zeker van dat we hier te maken hebben met een stegosauriër, zo vertelt onderzoeker Femke Holwerda, verbonden aan de UU, aan Scientias.nl. “Het bot lijkt op de botten van Loricatosaurus, een stegosauriër uit het zuiden van Engeland, ook uit het Midden-jura en waarschijnlijk de meest nauw verwante soort. Loricatosaurus werd ongeveer 6 tot 7 meter lang, dus dat is een redelijk goede inschatting van de grootte. Het beest woog dan ook zo rond de 2 ton.”


Dat het eerste dinosaurusfossiel dat op Eigg is teruggevonden, waarschijnlijk te herleiden is naar de stegosauriërs is behoorlijk verrassend. Tot op heden zijn in Schotland geen sporen van stegosauriërs ontdekt; de meeste fossiele resten die op Skye zijn aangetroffen behoren toe aan langnekdinosaurussen. Het is dan ook niet zo vreemd dat Holwerda en collega’s in eerste instantie dachten dat ook het kuitbeen op Eigg van zo’n grote planteneters was. “Het is namelijk ook redelijk groot en langnekdino’s waren behoorlijk groot!” stelt Holwerda. “Maar de proporties klopten niet; het bot is te lang en te dun om van een langnek te kunnen zijn. Langnekbotten zijn vaak wat robuuster, om het zware gewicht van het beest te kunnen dragen. Het kon ook geen vleeseterdino zijn, want daar was het te groot voor en het miste de specifieke spieraanhechtingen voor een tweevoeter. Wat overbleef was een stegosauriër, wat erg interessant is, want die zijn nog niet gevonden in Schotland. Ze zijn zelfs vrij zeldzaam in Europa; er zijn alleen wat resten uit Engeland, Frankrijk en Portugal bekend uit het Jura.”

Vervolgonderzoek
Hoewel alles er voor nu op wijst dat het teruggevonden kuitbeen aan een stegosauriër toebehoorde, is vervolgonderzoek nodig om dat met zekerheid te kunnen vaststellen. De onderzoekers hopen dan ook dat er in de toekomst nog meer botten van de dinosaurus – of misschien zelfs pootafdrukken – worden teruggevonden. Dergelijke sporen kunnen helpen om de dinosaurus overtuigend te identificeren. “Maar tot dan houden we het dus op een stegosauriër,” aldus Holwerda. “Het dier is, met een knipoog, al omgedoopt tot Steiggosaurus.”

Inzet: het bot dat is teruggevonden. De tekening laat zien waar het bot zich precies in het lichaam van de plantenetende dinosaurus bevond. Afbeelding: Elsa Panciroli.

Tropisch zwemparadijs
Dat zo’n eventuele Steiggosaurus zich ook in Schotland zou hebben thuisgevoeld, is goed te verklaren. Zo was het er 166 miljoen jaar geleden ook klimaattechnisch goed toeven. De Schotse eilanden waren in die tijd nog het beste te vergelijken met een tropisch zwemparadijs, zo vertelt Holwerda. “Het waren een serie tropische eilanden omringd door ondiepe koraalzeeën, denk aan de Bahama’s (Europa lag ook rond die breedtegraad in het Midden Jura). De dino’s migreerden dan ook van eiland naar eiland, en door de zeeklei zijn veel voetafdrukken bewaard gebleven.”


Midden-Jura
De vondst is natuurlijk heel belangrijk voor Schotland. Maar dat niet alleen. Ook voor de paleontologie is deze vondst van grote waarde; omdat het bot uit het Midden-Jura stamt, kan het ook meer inzicht geven in een periode waar we nog niet veel over weten. “Fossielen van landdieren zijn over het algemeen vrij zeldzaam uit het Midden-Jura, omdat veel delen van de wereld onder water stonden; het klimaat was een stuk warmer, er was geen ijs op de polen en dus was het zeeniveau een stuk hoger. Veel delen van Europa stonden compleet onder water (waaronder ook Nederland). Er is dan ook niet veel bewaard uit deze tijd. Er zijn wel wat ‘fossielenhotspots’ hier en daar: Argentinië, China en Noord Afrika bijvoorbeeld. En er zijn wat dino’s uit Engeland uit die tijd bekend, en nu dus ook meer en meer botfragmenten uit Schotland.” En elk fossiel restje uit die periode wordt door paleontologen dankbaar omarmd. Want juist het Midden-Jura lijkt zo’n bepalend hoofdstuk te zijn geweest in de evolutionaire geschiedenis van de dinosaurussen. “Dino’s beginnen op te duiken in aardlagen in het Laat-Trias, zo’n 230 miljoen jaar geleden,” vertelt Holwerda. “Ze waren nog niet zo dominant aanwezig en moesten hun biotoop delen met andere beesten (zoogdierachtige reptielen en krokodilachtige reptielen). In het Laat-Jura (140 Miljoen jaar geleden) zitten ze overal en zijn ze de dominante diersoort, overal ter wereld. Dus ergens tussen die twee periodes in, is hun ‘evolutionaire explosie’ gebeurd, en die periode is dus heel interessant om te bestuderen. Gelukkig geeft dit bot uit Eigg een klein stukje van de puzzel.”

En nu we weten dat er dinosaurussen op Eigg rondwandelden, hopen onderzoekers op het Schotse eiland nog meer van deze ‘puzzelstukjes’ te gaan vinden. “Niet alleen botten, maar ook voetafdrukken of tanden kunnen de aanwezigheid van meer dino’s aangeven,” vertelt Holwerda. “Wordt vervolgd!”

Eventuele toekomstige vondsten kunnen niet alleen ons begrip van het verleden vergroten, maar ons – paradoxaal genoeg – ook een blik gunnen in de toekomst. “Niet alleen dinosaurussen, maar het hele ecosysteem uit het verleden is nuttig om te bestuderen. De huidige klimaatverandering brengt ons wederom naar een soort tropische wereld in de nabije toekomst, dus als we iets kunnen leren van het klimaat en het ecosysteem uit het verleden, kan dat ons helpen om ons voor te bereiden op de toekomst. Ook is de evolutie van de dinosaurussen een goede les in de evolutie van diersoorten, en dit kan ons ook leren in te zien waar diersoorten – waaronder ook wij als soort – heden ten dage heen gaan.”