Het schip was in september 1861 onderweg naar Cuba toen er brand uitbrak en het schip – met tientallen mensen aan boord – verging.

Voor de kust van Yucatán hebben onderzoekers een bijzondere vondst gedaan. Ze stuitten er – in 2017 reeds – op de resten van een vergaan schip. Maar nu pas zijn archeologen erin geslaagd om dat schip te identificeren. Het blijkt te gaan om ‘La Unión’: een Spaans stoomschip dat in de negentiende eeuw passagiers en handelswaar naar Cuba transporteerde, maar tevens werd ingezet voor een lucratieve bijhandel. Namelijk het vervoer van Maya-slaven. Met de vondst van ‘La Unión’ hebben archeologen dan ook het eerste Maya-slavenschip ontdekt.

Explosie en brand
Het schip ligt zo’n 3,7 kilometer voor de kust van Sisal, de stad die het op 19 september 1860 verliet. De eindbestemming was Cuba, maar daar kwam het schip nooit aan. Een explosie van de boilers – die gebruikt werden om stoom te produceren – en vernietigende brand moeten ertoe geleid hebben dat het schip zonk.


Ondanks de explosie en brand zijn delen van het schip nog aardig goed bewaard gebleven. Zo is het hout van het onderste deel van de romp – dat nadat het op de zeebodem landde bedekt werd met een beschermende laag zand – nog intact. Ook zijn er schepraderen en stukken van de boilers teruggevonden. Net als alledaagse objecten die de passagiers aan boord van het schip gebruikten, waaronder delen van flessen en keramiek en zelfs prijzig bestek, dat ongetwijfeld voor de eersteklaspassagiers was bedoeld.

Slavenhandel
Naast die passagiers en handelswaar vervoerde het schip dus ook Maya-slaven. Veelal ging het om Maya’s die tijdens de Kastenoorlog (1847-1901) in Yucatan gevangen waren genomen. Tijdens deze oorlog kwamen de Maya’s in opstand tegen de (blanke) elite en Mexicaanse regering. Aanleiding voor de opstanden waren de hoge belastingen en het feit dat de elite zich het land van de Maya’s toe-eigende. Vanaf 1848 leverden Spaanse en Mexicaanse oligarchen gevangengenomen Maya’s vaak uit aan slavenhandelaren die de Maya’s naar het buitenland brachten. Veelal werden ze naar Cuba getransporteerd, waar men op de suikerrietplantages altijd om arbeidskrachten verlegen zat. “Elke slaaf werd voor tot wel 25 pesos aan een tussenpersoon verkocht, en die tussenpersoon kon ze weer in Havana doorverkopen voor zo’n 160 pesos (voor mannen) en 120 pesos (voor vrouwen),” zo vertelt onderzoeker Roberto Junco Sánchez.

Maar niet alleen gevangen Maya’s werden op schepen naar Cuba gezet. Het was ook niet ongebruikelijk dat slavenhandelaren de Mexicaanse steden langs reisden, op zoek naar Maya’s die hun land en toekomst waren kwijtgeraakt en deze vervolgens met vervalste papieren wijsmaakten dat ze in Cuba een nieuw bestaan konden gaan opbouwen.


Illegaal
Het was een lucratieve handel, zo blijkt uit onderzoek. Zo zouden met ‘La Unión’ en stoomschip ‘México’ – eigenaar van hetzelfde Spaanse bedrijf – sinds 1855 elke maand gemiddeld 25 tot 30 slaven naar Cuba zijn vervoerd. Geheel zonder risico was de bijhandel niet, want slavernij was al sinds de onafhankelijkheid van Mexico verboden. Dat maar weinig slavenhandelaars zich daar iets van aantrokken, blijkt wel uit het feit dat de Mexicaanse president Benito Juárez in mei 1861 nog eens een decreet uitvaardigde dat het ontvoeren van Maya’s om ze vervolgens in het buitenland als slaven te verkopen, verbood. Maar ook dat deed de slavenhandelaars weinig, zo bewijst de ontdekking van ‘La Unión’ – dat enkele maanden na het decreet ten onder ging.

Blijkbaar wogen de opbrengsten ook laat in 1861 nog altijd op tegen de risico’s. Zelfs voor de toenmalige bemanning van ‘La Unión’. En dat is best opmerkelijk als je bedenkt dat de mensensmokkelaars op het schip een jaar eerder – in oktober 1860 – nog ontmaskerd waren; in Cuba werden er toen 29 Maya’s op ‘La Unión’ aangetroffen, waaronder kinderen tussen de 7 en 10 jaar oud.

De autoriteiten slaagden er dus duidelijk niet in om deze mensensmokkelaars te stoppen. En dus vertrok ‘La Unión’ in september 1861 opnieuw uit de haven van Sisal, om er nooit meer terug te keren. Het schip verging en de helft van de 80 bemanningsleden en 60 passagiers verdronk. Dat is nog buiten de Maya-slaven gerekend, want zij werden op het scheepsmanifest niet als mensen, maar als handelswaar aangeduid.