De reflecterende ogen kwamen handig te pas bij hun nachtelijke jacht op prooien.

Onderzoekers troffen de gefossiliseerde spinnen aan in de Jinju-formatie in Zuid-Korea. Twee van de opgegraven fossielen behoren tot de uitgestorven spinfamilie Lagonomegopidae. Dit waren behoorlijk griezelige spinnetjes: zo hadden deze grote, reflecterende ogen, die in het donker van de nacht oplichten en zo’n 110 tot 113 miljoen jaar geleden behoorlijk wat dieren de stuipen op het lijf kon jagen.

De kenmerken van de gefossiliseerde spinnen komen in gesteente anders naar voren dan in barnsteen. Zelfs de haartjes zijn nog zichtbaar. Afbeelding: Paul Selden

Gesteente
Op zich is de vindplaats van deze spinnetjes al bijzonder. Normaal gesproken worden dieren met een zacht lichaam namelijk aangetroffen in bijvoorbeeld barnsteen. Maar deze spinnetjes wisten op onbekende wijze hun afdruk achter te laten in gesteente. “Dit is zeldzaam omdat ze erg zacht zijn: ze hebben geen harde schalen, waardoor ze heel gemakkelijk vervallen,” zegt onderzoeker Paul Selden.


Meer
De onderzoekers denken dat de spinnetjes in een diep meer zijn gevallen en vervolgens naar de bodem zonken. “Dit hield hen gescheiden van rottende bacteriën, het zou misschien een zuurstofarme omgeving kunnen zijn geweest,” legt Selden uit. In de rotsen ontdekten de onderzoekers ook kleine schaaldieren en vissen. “Misschien heeft er een catastrofale gebeurtenis plaatsgevonden zoals algenbloei die de spinnen opsloot in slijm, wat hen tot zinken bracht,” oppert Selden.

Reflecterende ogen
Het meest opvallende aan de ontdekking zijn de grote, reflecterende ogen van de spinnen. “Omdat de spinnen bewaard zijn gebleven in donker gesteente, vielen de grote, heldere ogen gelijk op,” zegt Selden. “Ik besefte dat dit het tapetum moest zijn geweest.” Tapetum is een lichtreflecterende laag van cellen direct achter het netvlies. Dit stelt het oog in staat om beter te kunnen kijken in het donker. Sommige hedendaagse spinnen hebben ook nog ogen met tapetum, maar de huidige studie is de eerste die deze eigenschap beschrijft in gefossiliseerde spinnen.

De onderzoekers zijn erg opgetogen dat ze de spinnen in zo’n goede staat aantroffen. “Het is fijn om tegen uitzonderlijk goed bewaard gebleven kenmerken van interne anatomie zoals oogstructuur aan te lopen,” zegt Selden. “Het is echt niet vaak dat zoiets bewaard blijft in een fossiel.” De vraag is of de lichtreflecterende eigenschap van de ogen van de spinnen ook in barnsteen naar voren was gekomen. Want hoewel fossielen uit barnsteen er vaak prachtig uitzien, bewaren ze fossielen op een hele andere manier. De onderzoekers willen nu teruggaan naar barnsteen fossielen om uit te zoeken of ze ook in deze fossielen tapetum kunnen ontdekken.