BIOLOGIE  Longen waarin de lucht maar één kant op kan, kunnen de voorouders van de dinosaurus wel eens geholpen hebben om de wereld te domineren. Dat concluderen wetenschappers. De voorouders van de dinosaurus pasten zich in een tijd waarin weinig zuurstof beschikbaar was en andere diersoorten het loodje legden, razendsnel aan.

Wetenschappers bestudeerden de longen van een krokodil toen zij erachter kwamen dat deze organen in bepaalde opzichten vergelijkbaar zijn met die van vogels. Dat bewijst dat deze longstructuur al ontwikkeld was voordat de vogelsoort zich splitste in verschillende diersoorten, waaronder de dinosaurus, zo concludeert onderzoeker C.G. Farmer.

Kort na de ramp die op de overgang van Perm naar Trias een groot deel van het leven wegvaagde (Perm-Trias-massa-extinctie), konden de voorouders van de dinosaurus zich dankzij die ‘vogellongen’ redden. Er was na de ramp weinig zuurstof beschikbaar, waardoor vele diersoorten uitstierven. Maar de voorouders van de dinosaurus niet. Dat zij vervolgens de aarde domineerden, is dan ook geen wonder. De dieren konden wel zeven meter hoog worden terwijl de weinige andere zoogdieren die de ramp overleefd hadden hooguit een meter hoog waren.

“We denken dat zoogdieren niet in staat waren om (met de voorouders van de dinosaurus, red) te concurreren in een gebied dat enige atletische vaardigheid en een goed set longen vereiste,” vertelt Farmer. “En als je niet kunt rennen, dan moet je jezelf verbergen en om jezelf te verstoppen kun je maar beter iets kleiner zijn.”

Zoogdieren ademen via smalle luchtwegen in, waarna de lucht in kleine zakjes wordt verwerkt: de zuurstof wordt in het bloed opgenomen en de rest gaat via dezelfde weg weer naar buiten. Bij vogels komt de lucht binnen, gaat rond en verlaat het lichaam via een doorlopende pijp. Daardoor kunnen de vliegende dieren ook in een gebied met weinig zuurstof overleven. Dat is nu handig als ze bijvoorbeeld over de Mount Everest moeten vliegen. Maar een dikke 250 miljoen jaar geleden was het handig om te overleven.