Onderzoek wijst uit dat hun tanden vergelijkbaar waren met die van echte roofdieren, zoals leeuwen en wolven.

Wie aan walvissen denkt, denkt aan gigantische dieren die langzaam door het water glijden, terwijl ze dat water filteren en zich het plankton in dat water toe-eigenen. Maar in het verre verleden was de definitie van een walvis heel anders, zo blijkt uit Australisch onderzoek. De voorouders van giganten zoals de blauwe vinvis gingen actief op jacht, beten hun prooien en scheurden deze met hun scherpe tanden in stukken.

Tanden
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze de tanden van gefossiliseerde walvissen en moderne zoogdieren bestudeerden. Ze maakten van die tanden digitale modellen waarmee vervolgens de vorm en scherpte van de tanden bepaald kon worden. Uit het onderzoek blijkt dat de tanden van de primitieve baleinwalvissen een heel andere vorm hadden dan de tanden van bijvoorbeeld zeehonden. Sterker nog: de tanden van deze primitieve walvissen waren scherper dan de tanden van de meeste andere bestudeerde zoogdieren. Eén van de bestudeerde gefossiliseerde walvissen – die zo’n 25 miljoen jaar geleden voor de kust van Australië leefde – had zelfs tanden die net zo scherp waren als die van een leeuw.

Scherp
“Deze resultaten tonen voor het eerst aan dat oude baleinwalvissen extreem scherpe tanden hadden en die dienden maar één doel: het vlees van de prooi in stukken snijden,” vertelt onderzoeker Erich Fitzgerald. “In tegenstelling tot wat veel mensen dachten, gebruikten walvissen hun tanden nooit als een zeef en evolueerde de filtervoeder-techniek pas later: misschien zelfs nadat ze hun tanden al waren kwijtgeraakt.”

Het onderzoek is in lijn met een recente ontdekking. Recent stuitten onderzoekers namelijk op de schedel van een gefossiliseerde walvis, die suggereert dat walvissen voordat ze hun tanden verloren en baleinen verkregen, hun prooi naar binnen zogen. “We zijn dichter dan ooit bij het begrijpen van de oorsprong van baleinwalvissen, maar we mogen nog meer verrassende fossiele vondsten en wendingen in de geschiedenis van de walvis verwachten,” denkt Fitzgerald.

“Onze bevindingen voorzien ons van belangrijke nieuwe inzichten in hoe de grootste dieren ooit hun belangrijke kenmerk – filtervoeding – verkregen,” denkt onderzoeker David Hocking. “De vroege walvissen waren niet vriendelijk, noch giganten: ze waren kleiner dan de walvissen van vandaag de dag en – afgaand op hun tanden – een stuk gemener.” De evolutie heeft deze walvissen door de tijd heen dan ook zeer radicaal veranderd.