Het is zo’n vijf- tot zeshonderd jaar oud en onmogelijk te ontcijferen. Maar wat weten we wél over het Voynichmanuscript?

In 1912 ontdekt boekhandelaar Wilfred Voynich het mysterieuze manuscript tussen allerlei oude documenten van Jezuïeten. Al snel heeft de boekhandelaar in de gaten dat hij iets bijzonders in handen heeft. Het manuscript staat vol met prachtige tekeningen en een tekst die Voynich niet kan ontcijferen. Hij kopieert de teksten en afbeeldingen en legt ze voor aan cryptologen, astronomen, botanisten en andere experts. Niemand begrijpt de teksten.

Kleuren
Het manuscript is zo’n vijftien bij 22 centimeter groot en telt 240 pagina’s. Het is aannemelijk dat het er ooit meer zijn geweest: zo’n 270. De teksten zijn met een ganzenveer geschreven. De tekeningen zijn veelkleurig: met rode, gele, blauwe, bruine en groene inkt.

Enkele pagina's uit het manuscript.

Vijf delen
Hoewel wetenschappers nooit in staat zijn geweest om de teksten te lezen, hebben ze wel een idee waar het boek over gaat. Volgens velen is het boek onder te verdelen in vijf delen. Ze baseren die conclusie op de tekeningen. In het eerste deel staan tekeningen van bloemen en planten. Daarna hebben tekeningen van hemellichamen de overhand. De tekeningen in het derde deel lijken anatomische schetsen. En daarna komen weer bladeren en wortels aan bod, maar ook potjes met daarop labels. Waarschijnlijk gaat dit over iets farmaceutisch. In het laatste deel staan korte paragrafen met sterren in de kantlijn. Mogelijk is het een almanak.

Vijftiende eeuw
Er is al ongelofelijk veel onderzoek gedaan naar het manuscript: vele wetenschappers hebben zich erin vastgebeten. Maar elke keer als de één iets ontdekt dacht te hebben, werd dat door een ander direct weer van tafel geveegd. Enkele maanden geleden haalde het manuscript nog de pers toen bekend werd dat enkele wetenschappers het boek eindelijk hebben kunnen dateren. Met behulp van de C14-datering hebben de onderzoekers tamelijk overtuigend kunnen vaststellen dat het boek uit het begin van de vijftiende eeuw stamt.

Een stukje tekst uit het manuscript.

De schrijver
De belangrijkste vraag blijft natuurlijk: wie heeft het manuscript geschreven? Daar is al veel over gespeculeerd en allerlei namen zijn de revue gepasseerd, maar geen enkele persoon kan op overtuigende wijze aan het manuscript worden verbonden. Mede doordat het zo’n mysterie is, beginnen steeds meer mensen aan de authenciteit van het script te twijfelen. Zo gingen sommigen er vanuit dat de ontdekker ervan – Wilfred Voynich – het misschien zelf zou hebben geschreven om mensen op het verkeerde been te zetten. Dat bleek al snel niet het geval te zijn. Het manuscript wordt namelijk genoemd in een brief uit 1639.

WIST U DAT…
…u uzelf vanuit uw luie stoel over het manuscript kunt buigen? Het Voynichmanuscript is in het bezit van de Yale University en is hier in zijn geheel online gezet.

De brief
Die brief zat bij het manuscript en is geschreven door Johannes Marcus Marci en gericht aan Athanasius Kircher. Marci legt in de brief uit dat hij het boek geërfd heeft van een vriend. Hij vraagt Athanasius om het boek te ontcijferen en vermeldt tevens wat historische feitjes over het boek. Zo schrijft hij dat het boek naar verluidt ooit in het bezit was van keizer Rudolf II. De keizer – een liefhebber van mysterieuze voorwerpen – zou maar liefst 600 dukaten voor het boek betaald hebben. Bovendien ging de keizer er volgens Marci vanuit dat het boek geschreven was door Roger Bacon. Bacon was een dertiende eeuwse wetenschapper die veel wist van onder meer de wiskunde, astrologie en alchemie en daarom lang gezien werd als een man die het Voynichmanuscript zomaar eens geschreven zou kunnen hebben. Maar er gaan meer namen rond. Zo heeft Marci het in zijn brief ook over Rafael Mišovský. Deze man – een vriend van Marci – zou verteld hebben dat het manuscript geschreven was door Roger Bacon. Maar, en nu komt het, Mišovský was zelf ook een goede cryptograaf. Hij had dus alles in huis om ook zo’n manuscript te schrijven.

Nog een pagina uit het manuscript.

Oplichterij?
Nog nooit zijn onderzoekers erin geslaagd om ondubbelzinnig vast te stellen wie het manuscript geschreven heeft. En er zijn dan ook wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat het hele verhaal omtrent het manuscript een grap is. Een hoax. In 2003 suggereerde de wiskundige Gordon Rugg nog dat een oplichter het manuscript gemaakt had. Rugg kan zich niet voorstellen dat iemand zoveel tijd steekt in het bedenken van een ingewikkelde taal en stelt dat er een eenvoudigere manier is om zo’n mysterieuze tekst te schrijven: een Cardanrooster. Met zo’n rooster moet de oplichter in staat zijn geweest om het manuscript in enkel maanden te schrijven. Het rooster werkt heel eenvoudig: het is een stuk karton of ijzer met gaatjes erin. Als u dit rooster op de tekst legt, blijven slechts enkele (delen van) woorden zichtbaar (zie hieronder). Grote vragen zijn natuurlijk: welk rooster heeft de oplichter dan gebruikt? En wie is de oplichter? Rugg kan geen van beide vragen beantwoorden, maar heeft wel vermoedens. Zo wil hij een computer loslaten op het manuscript zodat deze alle mogelijke combinaties van zo’n Cardanrooster uitzoekt. En wat de oplichter betreft: Rugg vermoedt dat het misschien de alchemist Edward Kelley was. Kelley werkte aan het hof van de eerder genoemde keizer Rudolf II en zou door het manuscript als een mysterieus geschrift te presenteren vrij gemakkelijk veel geld hebben kunnen verdienen, want de keizer was gek op mysterieuze zaken.

Het cardanrooster. Afbeelding: SteveBKK (via Wikimedia Commons).

Zou het dan gewoon een ordinaire hoax zijn? Deskundigen twijfelen. Rugg mag dan in enkele zinnen met behulp van zo’n Cardanrooster een patroon hebben ontdekt: dat is nog niet overtuigend genoeg. Andere wetenschappers hebben weer andere patronen gezocht én gevonden. Het lijkt erop dat het manuscript voorlopig nog in nevelen gehuld blijft. Een echt mysterie waar mensen zich al eeuwen het hoofd over breken. Zou de oplossing zich ooit nog aandienen? Enerzijds is dat te hopen. Anderzijds ook weer niet. Want een ontrafeld Voynichmanuscript is een ‘gewoon’ boek en is zo’n mysterieus geschrift niet veel spannender?