Mogelijk betekent het dat het gat wat kleiner en minder lang aanwezig zal zijn dan normaal.

De Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS) houdt het gat in de ozonlaag scherp in de gaten. Dat gebeurt door middel van doorlopende monitoring en het leveren van data. En dit jaar lijkt het gat – dat elk jaar in september boven Antarctica ontstaat – zich heel anders te ontplooien dan normaal. En dat is best goed nieuws.

Anders dan anders
De data van CAMS toont aan dat het gat in de ozonlaag boven Antarctica er dit jaar wat haast bij heeft. Zo blijkt dat het gat zich nu twee weken eerder begint te vormen dan in de afgelopen jaren het geval was. Bovendien is het gat een beetje verschoven; zo zit het niet op dezelfde plek. Maar dat is nog niet alles. De voorspellingen van CAMS tonen tevens instabiliteit aan door dynamische activiteiten in de stratosfeer. Het resultaat is dat de omvang van het gat in de ozonlaag langzamer groeit dan normaal. En dit kan leiden tot een kleiner gat dat minder lang aanwezig zal zijn.


Hoe ontstaat het gat in de ozonlaag?
Aan het begin van de lente op het zuidelijk halfrond in de maand september, keert het gat in de ozonlaag boven Antarctica jaarlijks terug. Maar hoe gaat dat precies? Door de winterperiode op het zuidelijk halfrond is de poolregio gehuld in duisternis, waardoor een vortex ontstaat. In zo’n vortex stapelen chemische deeltjes zich op en blijven door de duisternis en de kou – de temperatuur kan wel dalen tot een -78 graden Celsius – inactief. Als de zon weer gaat schijnen zorgt de energie ervoor dat de atomen binnen de vortex weer actief worden. De chemische vortex vernietigt vervolgens in rap tempo de ozonmoleculen, waardoor het gat in de ozonlaag ontstaat.

Het gat in de ozonlaag
Het gat in de ozonlaag ontstond tientallen jaren geleden als gevolg van schadelijke emissies van chemische stoffen – zoals de bekende cfk’s – die wij mensen produceren en in de atmosfeer brengen. Vrij snel na de ontdekking van het gat in de ozonlaag boven Antarctica – dat eigenlijk geen echt gat is, maar een voortdurende verdunning van de ozonlaag – werd er actie ondernomen om de productie van stoffen die de ozonlaag aantasten, uit te faseren. Dit gebeurde door middel van het Montreal Protocol dat in 1987 door zo’n 196 staten en de EU werd ondertekend. De verwachting was dat tegen het midden van de eenentwintigste eeuw het gat hersteld zou zijn tot het niveau van vóór 1980.

Monitoring
Sindsdien houden verschillende onderzoeksstations de progressie van het gat in de gaten. CAMS maakt gebruik van computermodellen en satellietobservaties op een manier die vergelijkbaar is met weersvoorspellingen. Daarmee ontstaat een beeld van het geleidelijke herstel van de ozonlaag. De informatie die CAMS verschaft maakt het mogelijk om de ontwikkeling van het gat te volgen tussen juli en het moment dat het gat weer verdwijnt in november of december. Normaal gesproken is het gat het grootst tussen medio september en begin oktober.

Op dit moment verwachten onderzoekers dat het herstel van de ozonlaag rond 2060 terug op het niveau zal zijn van vóór 1970. “Er is echter geen reden om achterover te leunen,” zegt Vincent-Henri Peuch, hoofd van Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS). “Het herstel van de ozonlaag hangt af van klimaatverandering; langdurige afkoeling van de stratosfeer kan leiden tot een verergering van ozonverlies. Dit kan het proces vertragen. Daarnaast kan de mogelijkheid van illegale emissies niet worden uitgesloten.” In 2018 besloeg het gat een oppervlak van 22,9 miljoen vierkante kilometer en was daarmee ietsje groter dan voorgaande jaren. Dit had te maken met emissies van chloorfluorkoolstoffen; onzonvernietigende stoffen waarover in het Montreal Protocol geen afspraken waren gemaakt. Met name in Zuid-Azië werden deze stoffen versneld naar grote hoogte getransporteerd. “Het is erg belangrijk om de internationale inspanningen voor monitoring van de ozonlaag te behouden, zodat het gat kan herstellen,” besluit Peuch.