De microben waren tot nu alleen aangetroffen in Etruskische grafkamers en op de huid van zeekomkommers.

Onderzoekers hebben in oude fossiele resten van een dinosaurus enorme kolonies bacteriën ontdekt. Het blijkt te gaan om unieke microben, want verrassend genoeg zijn deze bacteriën niet helemaal dezelfde gangbare microben die ook in de omringende rotspartijen leven. “Het is een zeer ongewone gemeenschap,” zegt hoofdauteur Evan Saitta. “Dertig procent ervan is gerelateerd aan Eyzebya. Deze zijn voor zover ik weet alleen in Etruskische tombes en op de huid van zeekomkommers aangetroffen.”

Eiwit
De onderzoeker kwam deze bacteriën eigenlijk per toeval tegen. Hij was in eerste instantie namelijk op zoek naar geconserveerd collageen – een eiwit dat in botten en in de huid zit – in fossielen van dinosaurussen. Sommige paleontologen hebben namelijk betoogd botten te hebben gevonden waar uitzonderlijk goed bewaarde sporen van collageen in te vinden was, samen met zachte weefsels zoals bloed en botcellen. En dat is interessant. Want hoewel eiwitten stabieler zijn dan DNA, zouden ze eigenlijk niet tientallen of zelfs honderden miljoenen jaren moeten kunnen overleven.


Centrosaurus
Saitta besloot het zelf te gaan onderzoeken. Uitgerust met een houweel, zaag, brander, ethanol en bleekmiddel trok hij uit naar het Dinosaur Provincial Park in de Canadese provincie Alberta. Hier groef hij een 75 miljoen jaar oude Centrosaurus op – de kleinere neef van een Triceratops – en nam de botten mee naar huis om de organische samenstelling te analyseren.

Een microscopische afbeelding van oplichtende microben die hun intrek namen in de botten van een Centrosaurus. Afbeelding: Evan Saitta, Field Museum

Microben
Hij vond het eiwit niet, maar wel enorme kolonies bacteriën die in de botten van de dinosaurus huisden. “Dit is de eerste keer dat we deze unieke microbiële gemeenschap in fossiele botten hebben ontdekt,” zegt Saitta. De onderzoekers vonden dode organische koolstof, recente aminozuren en DNA in het bot; een aanwijzing dat het bot onderdak biedt aan een moderne microbiële gemeenschap. Volgens de onderzoeker zou dit de eerdere vondsten van paleontologen kunnen verklaren. “Ik vermoed dat als we soortgelijke analyses met de eerder gevonden botten zouden doen, we het zachte weefsel dat in die botten gevonden werd kunnen uitleggen,” zegt Saitta.

Waarom deze specifieke microben in de botten van de dinosaurus leven is op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Maar Saitta kan zich er wel wat bij voorstellen. “Fossiele botten bevatten fosfor en ijzer,” zegt hij. “Microben gebruiken dat als voedingsstoffen. Bovendien zijn botten poreus en voeren vocht op. Deze bacteriën hebben het er duidelijk erg naar hun zin.”