Wetenschappers hebben ontdekt dat lang niet alle bavianen – net als mensen – even gemakkelijk vrienden maken en houden. Maar de bavianen die wel gemakkelijk vrienden maken, hebben een streepje voor: ze leven langer en krijgen meer jongen.

In een groep bavianen is er een duidelijk hiërarchie. Op welke laag van de samenleving een baviaan hoort, is afhankelijk van de afkomst: bavianen erven hun plekje in de hiërarchie van hun moeder. En hoe hoger een vrouwtje in rang is, hoe meer aanspraak ze kan maken op voedsel en mannetjes. Men zou verwachten dat vrouwtjes met een hogere rang dan ook meer nageslacht op de wereld zetten. Maar dat is niet het geval. Niet de rang van vrouwtjes, maar hun sociale netwerk voorspelt hoe succesvol ze zullen zijn in het verkrijgen van nageslacht, zo ontdekten de onderzoekers. En dat bracht weer een nieuw vraagstuk met zich mee. Want als een sterk sociaal netwerk tot meer jongen leidt, wat voorspelt dan of een vrouwtje een sterk sociaal netwerk heeft?

Hard werken
Vrouwelijke bavianen moeten hard werken om hun sociale netwerk bij te houden. Maar, hoe hard sommigen ook werken, dat lukt niet altijd. Net als bij mensen zijn sommige bavianen slecht in het onderhouden van hun netwerk. Maar hoe zijn die verschillen te verklaren? De onderzoekers observeerden bavianen gedurende zeven jaar in hun natuurlijke leefomgeving. Ze noteerden hoeveel verzorgers een baviaan had en hoe agressief of vriendelijk de baviaan naar anderen toe was. Ook hielden ze bij hoe gezond bavianen waren en hoeveel jongen ze op de wereld zetten.

Familie
Zo ontdekten de onderzoekers dat de kracht van het sociale netwerk van een vrouwtje niet bepaald werd door de rang van het vrouwtje of de grootte van haar familie. “Zelfs wanneer een vrouwtje veel familie heeft, kan ze soms een einzelgänger zijn,” vertelt onderzoeker Dorothy Cheney. “Maar sommige vrouwtjes zonder familie hebben het een stuk beter. Het suggereert dat je een beetje geluk en vaardigheden moet hebben om deze netwerken te hebben.”

WIST U DAT…

Grommen
Het sociale gedrag van de bavianen moest wel voortvloeien uit persoonlijke eigenschappen. Om te bepalen of dat klopte, moest eerst de persoonlijkheid van de bavianen worden achterhaald. Dat deden de onderzoekers met behulp van observaties. Ze keken toe hoe bavianen naar elkaar grommen. Dat grommen heeft een belangrijke sociale functie: als een baviaan die lager in rang is, gromt naar een baviaan die hoger in rang is, dan beperkt ze daarmee de kansen dat ze door de andere baviaan wordt aangevallen. Als een baviaan die hoger in rang is, gromt naar een baviaan die lager in rang is, stelt ze daarmee de andere baviaan gerust. Vrouwtjes van alle rangen grommen bovendien altijd naar vrouwtjes met kinderen, want dat vergroot de kans dat de moeder de grommende baviaan toestemt om met haar jong om te gaan. Door te bestuderen wanneer bavianen wel en niet gromden, konden de onderzoekers vaststellen wat hun persoonlijkheid was: of bavianen vriendelijk, gereserveerd of heel erg op zichzelf waren.

Zwakke sociale banden
Vriendelijke vrouwtjes waren vriendelijk naar alle bavianen en gromden vaak naar vrouwtjes die lager in rang waren. Hun banden met andere bavianen waren sterk en bleven lang in stand. Vrouwtjes die gereserveerder waren, waren minder vriendelijk en gromden voornamelijk naar vrouwtjes die hoger in rang waren en jongen hadden. Hun sociale banden waren zwakker. Wel waren deze bavianen consistent in hun partnerkeuze. Vrouwtjes die erg op zichzelf waren, brachten veel tijd alleen door en waren ook onvriendelijk. Ze gromden voornamelijk naar vrouwtjes die hoger in rang waren en geen jongen hadden. Ook hun sociale banden waren zwak en de partners waarmee ze die aangingen, wisselden sterk.

Overlevingskansen
De onderzoekers ontdekten dat er een verband was tussen de persoonlijkheid van bavianen en de mate waarin ze vriendelijk zijn. Vrouwtjes die erg op zichzelf waren, hadden de meeste stresshormonen in hun lijf, de zwakste sociale banden en de minst stabiele relaties. Dat alles bleek ook samen te hangen met een kortere levensduur en minder gezonde jongen die volwassen werden. Vriendelijk en gereserveerde vrouwtjes deden het een stuk beter: ze vertoonden de gezondheid en de voortplantingssucessen die in eerdere onderzoeken al met sterke sociale banden in verband werden gebracht.

“Dit logenstraft het idee dat alles draait om competitie en conflicten,” stelt Cheney. Bij bavianen loont vriendelijkheid blijkbaar, zo schrijven de onderzoekers in hun paper. “Door een vriendelijke baviaan te zijn, vergroot je de kans op sterke sociale banden, die weer vertaald worden naar een grotere kans om je genen door te geven,” vertelt onderzoeker Robert Seyfarth. Welke mechanismen er precies voor zorgen dat het ene vrouwtje vriendelijk is en het andere niet, blijft onduidelijk.