En dus is de vraag: hoe komen de enorme ijsmassa’s daar dan in beweging?

Onderzoekers dachten er helemaal uit te zijn. Onder de Oost-Antarctische ijskap bevonden zich zogenoemde subglaciale meren. En als die meren overstromen, beginnen bovenliggende ijsmassa’s te glijden. Het water uit die meren doet dan dienst als een soort smeermiddel, waardoor ijs sneller in de omringende oceaan wordt gedumpt en de zeespiegel versneld stijgt. Het leek een waterdichte theorie die met name op plekken waar de zwaartekracht alleen niet kan verklaren dat het ijs zo snel richting zee stroomt, van pas kwam.

Geen grote meren
Maar die hele theorie komt nu op losse schroeven te staan, zo is in het blad Journal of Geophysical Research te lezen. Duitse onderzoekers hebben zich namelijk suf gezocht naar flinke subglaciale meren onder de Oost-Antarctische ijskap, maar er nauwelijks kunnen vinden. Ze baseren hun conclusies op radarmetingen en satellietbeelden. “Om zeker te zijn, gebruikten we ook satellietdata en checkten we de eerder gedetecteerde veranderingen in hoogte die wijzen op de aanwezigheid van overstromende meren,” aldus onderzoeker Angelika Humbert. “Hoewel we de resultaten van onze collega’s konden reproduceren en we zeker begrijpen waarom zij verwachten dat zich hier meren bevonden, kunnen we de aanwezigheid van water op die locaties niet bevestigen.”

Subglaciale meren
Dat er op Antarctica subglaciale meren te vinden zijn, staat buiten kijf. Eerder bestudeerden Russische en Britse onderzoekers al het Vostok- en Ellsworth-meer. “Deze meren zijn gevuld met smeltwater dat ontstaat wanneer ondergrondse warmte het ijs van onderaf laat smelten,” legt onderzoeker Thomas Kleiner uit. “Over een periode van duizenden jaren verzamelt het water zich langzaam in deze bekkens.” Maar op Oost-Antarctica zijn dus veel minder van deze grote subglaciale meren te vinden dan gedacht. “Onze nieuwe resultaten laten zien dat overstromende meren niet de drijvende kracht achter het ontstaan van een ijsstroom kunnen zijn,” aldus Humbert.

Vervolgonderzoek
Maar hoe komen grote ijsmassa’s dan in beweging? Het onderzoek van Humbert en collega’s suggereert dat radarmetingen niet de beste manier zijn om een antwoord te vinden op die vraag. Eigenlijk zouden er seismische metingen gedaan moeten worden. Maar dat moet dan ter plekke gebeuren en dat valt nog niet mee in zo’n onherbergzaam gebied. Toch zijn onderzoekers niet voornemens het er bij te laten zitten; in de Antarctische zomer van 2020/2021 hopen ze zich nog eens over een ijsmassa te buigen waaronder subglaciale meren werden vermoed, maar niet gevonden: de zogenoemde Recovery-gletsjer. Gedurende deze zomer zal de gletsjer – of beter gezegd: hetgeen zich onder de gletsjer bevindt – met radarsystemen én aan de hand van seismische metingen worden bestudeerd. Hopelijk onthult het onderzoek hoe deze ijsmassa in beweging komt.

Achterhalen hoe ijsmassa’s in beweging komen en/of versnellen, is zeer belangrijk. Want als we het mechanisme achter die beweging kennen, kunnen we ook beter voorspellen wat deze ijsmassa’s in de toekomst gaan doen. Gaan ze hun ijs versneld in zee dumpen en zo een flinke bijdrage leveren aan de zeespiegelstijging of loopt het zo’n vaart niet?