Volgens wetenschappers zijn vrouwen van nature bang voor vet. Die angst leeft op wanneer zij een andere, onbekende vrouw met overgewicht zien. Mannen hebben die reflex niet. Dat blijkt uit hersenscans. Daarmee heeft elke vrouw in principe de aanleg om een eetstoornis te ontwikkelen.

Vrouwen kregen beelden van andere vrouwen met overgewicht te zien. Terwijl ze daar naar keken, werd de activiteit in hun hersenen nauwlettend in de gaten gehouden. Het deel van het brein dat verantwoordelijk is voor de verwerking van identiteit en zelfrespect bleek door de beelden sterk geactiveerd te worden.

Eetstoornis
Hetzelfde experiment onder mannen leverde een heel ander resultaat op: het overgewicht van een ander zette hen niet aan het denken over hun eigen gewicht. Volgens de onderzoekers bewijst dat waarom vrouwen veel ‘vatbaarder’ zijn voor een eetstoornis.

Media
“De vrouwen in ons onderzoek hadden geen eetstoornis gehad en hadden allemaal een houding waaruit bleek dat ze niet veel om het imago van hun lichaam gaven,” vertelt onderzoeker Mark Allen. “Maar onder de oppervlakte is er toch angst om dik te worden en staat het imago van het lichaam centraal.” Volgens de onderzoekers wordt de angst bij vrouwen veroorzaakt door de constante beelden en berichten waarin dunne vrouwen als ideaal worden bestempeld.

Dun
Dit onderzoek was bedoeld om een duidelijke scheiding te kunnen maken tussen de gezonde vrouw en de vrouw met eetstoornis. Verrassend genoeg bleek zelfs de zo op het oog gezonde vrouw het moeilijk te hebben met het eigen lichaam. De onderzoekers concluderen dat zelfs de gezonde vrouw nog dichter bij een eetstoornis zit dan mannen. “Veel vrouwen leren dat het lichaam en magerheid belangrijk is en hun breinactiviteit reflecteert dat.”

Onderzoeker Allen concludeert dat vrouwen geprogrammeerd zijn om bang te zijn voor vet. De media versterken dat gevoel. “Het is net als de plant in mijn kantoor. Het heeft de mogelijkheid om in elke richting te groeien, maar groeit uiteindelijk alleen in de richting van het raam. Want dat is de richting waarvoor de plant de meeste steun krijgt.”