Vrouwen zijn in de tweede helft van hun cyclus aanzienlijk beter in staat om gevaar op te sporen, zo toont een opvallend onderzoek aan.

In de tweede helft van de cyclus worden veel vrouwen aan PMS blootgesteld. PMS staat voor premenstrueel syndroom. Dit syndroom begint tot veertien dagen voor de menstruatie en zorgt ervoor dat vrouwen last hebben van angst, depressieve gevoelens en fysieke klachten zoals buik- en hoofdpijn. Het is vrij lastig om de diagnose te stellen, maar vaststaat dat de meeste vrouwen wel aan één of meerdere symptomen van PMS lijden.

Gedrag
En dat zette de onderzoekers N. Masataka en M. Shibasaki aan het denken. Want blijkbaar komt PMS veelvuldig voor. En toch is er eigenlijk nooit onderzoek gedaan naar de wijze waarop dit het vrouwelijk gedrag beïnvloedt. De onderzoekers besloten daar verandering in te brengen. En wel door te kijken hoe vrouwen door hun cyclus heen (en dan in het bijzonder tijdens die periode waarin PMS kan optreden) op angstaanjagende plaatjes reageerden.

WIST U DAT…

…vrouwen gekleed in rood mannen veel meer geld kosten?

Slangen
Waarom van die angstaanjagende plaatjes? Aangezien vrouwen tijdens de periode voor hun menstruatie angstiger zijn, zou het logisch zijn als ze beter in staat zijn om objecten of organismen die gevoelens van angst oproepen, konden detecteren.

Reactiesnelheid
De onderzoekers legden gezonde vrouwen plaatjes voor. Soms toonde zo’n plaatje een angstaanjagend object of organisme (bijvoorbeeld een slang). Soms was het een neutrale afbeelding (bijvoorbeeld een bloem). De vrouwen moesten een seintje geven wanneer een nieuwe afbeelding verscheen. De onderzoekers maten de reactiesnelheid. De vrouwen reageerden aanzienlijk sneller op de angstaanjagende plaatjes. En wanneer de dames zich in de laatste fase van hun cyclus bevonden, reageerden ze nog sneller op deze afbeeldingen. Dat is te lezen in het blad Nature.

Waarom vrouwen in deze periode wat sterker reageren op bedreigingen is niet duidelijk. De kans is groot dat het iets met hormonen te maken heeft. Maar om dat met zekerheid te kunnen zeggen, is meer onderzoek nodig. De wetenschappers pleiten er dan ook voor dat hun werk een vervolg krijgt.