Tot grote verbazing van onderzoekers produceerde het lichaam van de vrouw de alcohol zelf. Dat gebeurde in haar blaas, waar gisten druk bezig waren om suiker te fermenteren.

Een 61-jarige vrouw meldde zich in het ziekenhuis met ernstige diabetes en cirrose – een aandoening waarbij levercellen worden omgezet naar littekenweefsel en waardoor de levercapaciteit afneemt. Ze moest wat onderzoeken ondergaan om te kijken of ze in aanmerking kwam voor een levertransplantatie. Al snel kreeg ze het advies om eerst eens met haar alcoholgebruik aan de slag te gaan; in haar urine werd namelijk flink wat alcohol aangetroffen. De vrouw ontkende alcohol te drinken. Maar ook tijdens latere urinetests werd er keer op keer alcohol gedetecteerd, ook al beweerde de vrouw stellig dat ze geen alcohol had genuttigd. Reden voor de artsen om eens wat verder te gaan kijken en haar urine nog wat nauwgezetter onder de loep te nemen. En zo ontdekten ze dat de urine wel ethanol bevatte, maar geen ethylsulfaat of ethylglucuronide (stoffen die ontstaan als het lichaam alcohol verwerkt). Wat bovendien toch wel opmerkelijk was, was dat de vrouw geen enkel teken van alcoholintoxicatie vertoonde. Wat was hier aan de hand?

Experimenten
Het verlossende antwoord is deze week verschenen in het blad Annals of Internal Medicine. In het blad beschrijven onderzoekers hun zoektocht naar de bron van het ethanol dat in de urine van de vrouw is aangetroffen. En die zoektocht leidde ze naar de blaas van de vrouw. “De ethanol werd in de blaas gegenereerd,” zo vertelt onderzoeker Kenichi Tamama aan Scientias.nl. Tamama en collega’s trekken die conclusie op basis van experimenten. Ze keken of gisten nadat deze de blaas hadden gekoloniseerd in staat waren om suiker te fermenteren en zo ethanol te genereren. De experimenten wezen uit dat dat mogelijk is. En daarmee hebben Tamama en collega’s een nieuw zogenoemd auto-brouwerij-syndroom ontdekt.


Twee varianten
Al jaren is bekend dat mensen in zeer zeldzame gevallen in staat zijn om zelf ethanol te produceren, maar aangenomen werd dat dat altijd in het spijsverteringsstelsel gebeurde. Ook hier zijn micro-organismen bij betrokken: zij zetten lichaamseigen stoffen in het spijsverteringsstelsel om in ethanol. Waar mensen die ethanol aanmaken in hun spijsverteringsstelsel daar verschillende klachten aan overhouden die de meesten van ons associëren met drankgebruik – zoals een droge mond, vermoeidheid en een kater – had de 61-jarige vrouw die ethanol aanmaakte in haar blaas daar geen last van. “Door de plek waar zij het aanmaakte, had ze geen last van alcoholintoxicatie, zoals patiënten met een traditionele vorm van het auto-brouwerij-syndroom dat kunnen hebben,” aldus Tamama. “De ethanol werd in de blaas gegenereerd, maar niet geabsorbeerd in de grote bloedsomloop en dus niet gemetaboliseerd in de lever.” Het is te danken aan de wijze waarop de blaas is opgebouwd. “De binnenkant van de blaas is bedekt met weefsel dat nauwelijks water en kleine moleculen zoals ethanol doorlaat.”

Diabetes
Net als de traditionele variant van het auto-brouwerij-syndroom is de variant waarbij er ethanol in de blaas wordt aangemaakt waarschijnlijk vrij zeldzaam. “Ik denk dat deze patiënt deze aandoening voornamelijk ontwikkelde door haar slecht gecontroleerde diabetes,” aldus Tamama. “Want een blaas waarin veel glucose te vinden is, is zeker een prettige plek voor de groei en activiteiten van gist. Daarnaast is van diabetes ook bekend dat het ervoor zorgt dat het immuunsysteem minder goed werkt en dat kan eraan bij hebben gedragen dat de gist de blaas in deze situatie kon koloniseren.”

Wereldkundig
Hoewel de aandoening waarschijnlijk heel zeldzaam is, vond Tamama het toch belangrijk om deze wereldkundig te maken. “Ik denk dat het belangrijk is dat behandelaars – zeker als ze zich bezighouden met levertransplantaties of werkzaam zijn in klinieken waar alcoholmisbruik wordt behandeld – deze vorm van auto-brouwerij-syndroom herkennen, want zij zijn degenen die alcoholonthouding monitoren. Wat we in dit geval zagen, is dat de testresultaten van de patiënt met dit syndroom geïnterpreteerd kunnen worden als bewijs voor alcoholmisbruik. Zodra de diagnose van alcoholmisbruik aan een patiënt hangt, kan die aanname van slinks alcoholgebruik de patiënt blijven achtervolgen en stigmatiseren.”


Behandeling
Gelukkig is de aanmaak van ethanol in de blaas wel te behandelen. “De aanpak is tweevoudig,” aldus Tamama. “Eerst moet je de diabetes onder controle krijgen om de hoeveelheid suiker in de urine terug te kunnen dringen. Vervolgens moet je de gisten in de urine aanpakken.”

Meer onderzoek naar deze voor het eerst beschreven variant van het auto-brouwerij-syndroom is wat Tamama betreft hard nodig. Want er zijn nog veel vragen. Zo wil Tamama graag weten of er naast diabetes nog andere aandoeningen zijn die het ontwikkelen van dit syndroom bevorderen. Ook is nog onduidelijk of er misschien meerdere soorten gisten zijn die dit syndroom kunnen veroorzaken. En tenslotte vraagt hij zich af hoe zeldzaam de aandoening werkelijk is. “Ik denk dat het heel zeldzaam is, maar niemand weet op het moment hoe zeldzaam.”