Mensen waren getuige van branden groter dan de exemplaren die de dino’s fataal werden.

Dat concluderen onderzoekers in een nieuwe studie gepubliceerd in het blad Journal of Geology. De auteurs deden metingen op meer dan 170 verschillende locaties over de hele wereld.

Vuurballen
Laten we teruggaan naar die desastreuse dag, zo’n 12.800 jaar geleden. De Aarde had net een IJstijd achter de rug. Gletsjers waren zich aan het terugtrekken en de Aarde werd langzamerhand weer warmer. Maar vanuit het niets verschenen daar ineens vuurballen aan de horizon, die de gehele hemel verlichtte. Vervolgens werden de vuurballen opgevolgd door schokgolven. Een paar momenten later stond het hele landschap in brand. Stofwolken doemden op en sneden het zonlicht af.

Afkoeling
Het gevolg? Opnieuw een afkoeling van het klimaat. Planten troffen de dood en voedselbronnen verdwenen. Zeestromingen vonden een andere koers en gletsjers beleefden opnieuw een hoogtij. Dit was het begin van een nieuwe, zogezegde IJstijd, een toestand die nog eens duizend jaar voortzette. Uiteindelijk begon het klimaat weer op te warmen. Maar de Aarde was niet hetzelfde als voorheen. Zo was de planeet een grote hoeveelheid dieren armer en was de menselijke cultuur in Noord-Amerika compleet veranderd.

Populier

De analyse van stuifmeel suggereert dat volledige pijnboombossen waarschijnlijk door de kosmische impact zijn afgebrand. Deze boomsoort is vervolgens vervangen door de populier, een soort die weggevaagde gebieden koloniseert.

Komeet
Maar waar kwamen die vuurballen ineens vandaan? De onderzoekers denken dat de ramp werd veroorzaakt door een botsing tussen de Aarde en fragmenten van een enorme komeet van ongeveer 100 kilometer doorsnee. De restanten hiervan zijn tot op de dag van vandaag in ons zonnestelsel aanwezig. “De grote komeet is waarschijnlijk versnipperd geraakt en de Aarde is toen getroffen door de brokstukken,” legt onderzoeker Adrian Melot uit. Met catastrofale gevolgen. “Het blijkt dat een verbazingwekkende 10 procent van het aardoppervlak – of ongeveer 10 miljoen vierkante kilometer – opging in vuur.”

De kosmische impact zou volgens de auteurs het begin zijn geweest van de Jonge Dryas, de laatste koude periode in het Pleistoceen. Het gevolg was dat veel diersoorten uitstierven en ook de menselijke populaties in hoeveelheid afnamen. “De simulaties laten zien dat de kosmische impact de ozonlaag flink aantastte met als gevolg een enorme toename van huidkanker en andere negatieve gezondheidseffecten,” stelt Melott.