Mondjesmaat druppelen er beelden van de daglicht-vuurbol binnen. Zouden sterrenkundigen de restanten van de ruimtesteen dan toch nog gaan vinden?

Afgelopen vrijdag was er rond 21.30 uur een vuurbol te zien boven Nederland. En bij de Werkgroep Meteoren balen ze in eerste instantie als een stekker. Deze meteoriet kwam namelijk nét iets te vroeg. “Was de meteoriet twee uur later de dampkring binnengedrongen, dan waren we nu al naar de restanten aan het zoeken geweest,” vertelt Felix Bettonvil, verbonden aan de Sterrewacht Leiden en bestuurslid van de Werkgroep Meteoren. Na zonsondergang houdt een cameranetwerk de hemel namelijk nauwlettend in de gaten om vuurbollen zoals het exemplaar dat vrijdagavond acte de présence gaf, te spotten. De beelden kunnen vervolgens gebruikt worden om de koers van de meteoor uit te stippelen en te achterhalen waar eventuele brokstukken zijn neergekomen. Maar omdat de vuurbol van afgelopen vrijdag nog net voor zonsondergang de dampkring in dook, moeten Bettonvil en collega’s het zonder dat mooie cameranetwerk stellen en afgaan op camerabeelden die door het publiek – meestal per ongeluk – van de vuurbol zijn gemaakt. Na herhaaldelijke oproepen zijn er inmiddels vier opnames binnen komen druppelen. “En die zijn we nu aan het verwerken,” stelt Bettonvil.

Wat is er afgelopen vrijdag precies gebeurd?
Rond 21.30 uur drong een ruimtesteen de dampkring binnen. Dat deze nog voor zonsondergang zichtbaar was, suggereert dat het een behoorlijk groot exemplaar moet zijn geweest. Dat blijkt ook uit ooggetuigenverslagen; mensen maken niet alleen melding van een heldere vuurbol, maar ook van meerdere supersonische knallen. “Die knallen suggereren dat het een aanzienlijk exemplaar moet zijn geweest,” aldus Bettonvil. Een schatting durft Bettonvil niet te maken. “Normaal gesproken schatten we de omvang van een ruimtesteen aan de hand van onder meer de helderheid en het snelheidsgedrag in de dampkring. Maar die informatie hebben we (nog) niet.” Wat we wel weten, is dat eventuele restanten van de onfortuinlijke ruimtesteen waarschijnlijk niet zo groot zijn. “Meerdere ooggetuigen hebben de vuurbol nog in de dampkring uiteen zien vallen.” Mogelijk zijn de wat kleinere brokstukken uiteindelijk nog in hun geheel in de atmosfeer verbrand. Maar het lijkt niet onaannemelijk dat wat grotere brokstukken het aardoppervlak nog hebben weten te bereiken. Hoe groot die eventuele meteorieten zijn, is eveneens koffiedik kijken. “Ik verwacht dat ze groter zijn dan een tennisbal, maar kleiner dan een meter.”

De verwerking
Het kan zeker wel enkele dagen duren voor duidelijk is of de opnames die bij de Werkgroep Meteoren zijn binnengekomen, ons op het spoor van eventuele meteorieten kunnen brengen. “Allereerst moeten we heel precies bepalen waar de opnames zijn gemaakt, in welke windrichting en op welke hoogte. Ook moeten we op basis van de beelden de snelheid van de meteoor vaststellen. Vervolgens kunnen we op basis van de baan en snelheid van de ruimtesteen berekenen waar eventuele restanten zijn neergekomen.” Hoe nauwkeurig die berekening is, hangt volledig af van wat de beelden laten zien en of het mogelijk is om heel precies vast te stellen waar de beelden zijn gemaakt. “Pas als we tot een nauwkeurige berekening komen, gaan we met getrainde mensen naar eventuele meteorieten zoeken.”


De oorsprong van het zonnestelsel
Dat Bettonvil en collega’s staan te springen om eventuele resten van de ruimtesteen die vrijdagavond de dampkring binnendrong, op te sporen, is logisch. “Meteorieten zijn stenen die al miljarden jaren in ons zonnestelsel rondzweven en ontstaan zijn in de tijd dat de aarde en andere planeten ontstonden. En terwijl de aarde afkoelde en stolde en door weer en wind gaandeweg veranderde, zijn deze meteorieten sinds hun ontstaan niet meer veranderd.” Het betekent dat het eigenlijk een soort tijdcapsules zijn die ons meer kunnen vertellen over het ontstaan en de evolutie van het zonnestelsel.

De zoektocht
Of sterrenkundigen de tijdcapsule die afgelopen vrijdag naar beneden is komen zetten, nog gaan vinden, blijft vooralsnog onduidelijk. “Je weet nooit zeker of er echt iets gevallen is,” benadrukt Bettonvil. Maar hij heeft goede hoop. “Dat de vuurbol heel helder was en er meerdere knallen zijn gehoord zijn toch wel sterke aanwijzingen dat er iets is overgebleven.” Maar ook als er brokstukken in Nederland zijn neergeploft, is het nog niet bewezen dat onderzoekers er ook in slagen om ze te vinden. “Ze kunnen net zo goed in het IJsselmeer zijn gevallen en dan vind je ze natuurlijk nooit meer.”

Grote verrassing
De ruimtesteen die vrijdag boven ons land de dampkring binnendrong heeft ons duidelijk verrast. “Dat is bijna altijd zo met meteoren,” stelt Bettonvil. Alleen de jaarlijks terugkerende meteorenregens, zoals bijvoorbeeld de Perseïden in augustus, vormen daarop een uitzondering. Dergelijke meteorenregens ontstaan doordat de aarde door een stofwolk heen beweegt en fijne stofdeeltjes in de atmosfeer belanden en verbranden. Vanaf het aardoppervlak zien we dat als kleine vuurbolletjes die in de volksmond ook wel vallende sterren worden genoemd. In tegenstelling tot zo’n grote verzameling stofdeeltjes die zich in de baan van de aarde ophoudt, kunnen we een rondzwevende, relatief kleine ruimtesteen eigenlijk niet aan zien komen. “Alleen de grotere exemplaren kun je op voorhand met een telescoop spotten.” Het goede nieuws is dat we van de kleinere ruimtestenen ook niet zoveel te vrezen hebben; ze verbranden (grotendeels) toch in de atmosfeer. In dat opzicht hoef je dan ook niet wakker te liggen van de vuurbol die afgelopen vrijdag boven Nederland werd gespot.

De komende dagen gaat het er dus om spannen. De vier opnames worden zorgvuldig bestudeerd en geanalyseerd. En ondertussen blijft Bettonvil hopen op meer beeldmateriaal. “We roepen mensen nog steeds op om videobeelden waarop de vuurbol te zien is, naar ons op te sturen. We zijn echt afhankelijk van toevallige opnames, gemaakt door bewakingscamera’s en dashcams, bijvoorbeeld.” En je hoeft niet in Oost-Nederland te wonen om de vuurbol vereeuwigd te hebben. “De vuurbol is in heel Nederland gezien; we krijgen meldingen uit omgeving Zwolle, maar ook uit Zuid-Limburg en Groningen.” En ook als je de vuurbol niet hebt vereeuwigd, maar alleen met eigen ogen gezien hebt of de supersonische knallen met eigen oren hebt gehoord, willen Bettonvil en collega’s dat graag weten. “Probeer dan ook je exacte locatie en de richting waarin je de vuurbol zag of knal hoorde, door te geven.” Het kan allemaal bijdragen aan het lokaliseren van de brokstukken én het vaststellen van de herkomst van de ruimtesteen. “Als we de baan en snelheid van de ruimtesteen weten, kunnen we ook uitrekenen waar hij zijn rondjes rond de zon draaide.” Mensen in Noordwest-Overijssel worden verder opgeroepen hun ogen open te houden voor eventuele brokstukken van de ruimtesteen. “Volgens ooggetuigen is de vuurbol boven dat deel van Nederland uitgedoofd. Eventuele brokstukken zou je dan ook daar verwachten.” Wordt (hopelijk) vervolgd!