Ook na uitgebreid onderzoek in China kunnen er geen harde conclusies worden getrokken.

Dat blijkt uit een rapport dat de Wereldgezondheidsorganisatie vandaag heeft vrijgegeven. Het rapport is geschreven door een internationaal team van onderzoekers – waaronder ook uit Nederland – dat in januari afreisde naar China, het land waar het coronavirus voor het eerst werd vastgesteld. De onderzoekers deden er vier weken lang onderzoek, in de hoop meer inzicht te krijgen in de oorsprong van het virus en hoe het uiteindelijk ook onder mensen is gaan circuleren.

Hypothesen
Voorafgaand aan het onderzoek waren er natuurlijk al verschillende hypothesen over hoe SARS-CoV-2 bij mensen terecht is gekomen. Een veelgehoorde hypothese is bijvoorbeeld dat het virus in vleermuizen is ontstaan en door vleermuizen (of via een tussengastheer) op mensen is overgedragen. Maar ook een incident in een laboratorium, waarbij het virus onder mensen geïntroduceerd is, kon eerder niet worden uitgesloten. Net als de hypothese dat het virus via de voedselketen bij mensen terecht is gekomen.

Ook na vier weken onderzoek in China kunnen onderzoekers ons niet precies vertellen hoe het zit. Wel durven ze nu een inschatting te maken van hoe aannemelijk de hierboven genoemde scenario’s zijn. Volgens de onderzoekers is het het meest waarschijnlijk dat het virus via een tussengastheer bij mensen terecht is gekomen. Het minst aannemelijke scenario is het laboratoriumincident.

Vleermuizen?
Het lijkt dus aannemelijk dat het virus van dier op mens is overgedragen. Maar van welk dier is het virus dan afkomstig? Ook op die vraag moeten de onderzoekers het antwoord schuldig blijven. Afgaand op de overeenkomsten die er genetisch gezien zijn tussen SARS-CoV-2 en coronavirussen die in vleermuizen en schubdieren zijn aangetroffen, lijkt het aannemelijk dat het virus in deze dieren ontstaan is. Maar aangezien in geen van deze zoogdieren ook daadwerkelijk een coronavirus is aangetroffen dat een directe voorloper van SARS-CoV-2 is, kunnen de onderzoekers niet met zekerheid stellen dat het virus hier vandaan komt. “Bovendien suggereert de grote vatbaarheid van nertsen en katten voor SARS-CoV-2 dat er nog meer diersoorten zijn die dienst kunnen hebben gedaan als reservoir.”

De markt
Lang werd ook gesteld dat het virus voor het eerst toesloeg op een markt in Wuhan: de Huanan-markt. Maar ook daar zijn de onderzoekers niet meer zo zeker van. Eind december raakten inderdaad veel bezoekers van deze markt besmet, maar inmiddels weten we dat er begin december ook al besmettingen plaatsvonden. En daarbij kon geen verband met de Huanan-markt worden vastgesteld. Op basis daarvan kan echter ook weer niet worden uitgesloten dat het allemaal op deze markt begon. Zo is het niet ondenkbaar dat de eerste besmettingen hier wel plaatsvonden, maar mild verliepen, waardoor ze onder de radar bleven en later leidden tot ernstigere besmettingen die wel werden opgemerkt, maar in dat stadium niet meer naar de markt te herleiden waren. Kortom: ook de plaats van oorsprong blijft ongewis.

Verspreiding
Wanneer het virus zich begon te verspreiden, is wel ietsje duidelijker geworden. De onderzoekers bogen zich hiervoor over 76.253 luchtweginfecties die in oktober en november 2019 gerapporteerd waren. Hoewel 92 ervan zo op het eerste gezicht aan corona deden denken, wezen tests uit dat SARS-CoV-2 niet de boosdoener was. Op basis van die analyse en aanvullende data achten de onderzoekers het dan ook onwaarschijnlijk dat het virus zich in oktober en november al druk verspreidde, zo is in het 120 pagina’s dikke rapport te lezen.

Alle hypothesen blijven op tafel
En zo blijven er ook na dit veelbesproken en langverwachte onderzoek als het om de oorsprong van SARS-CoV-2 gaat dus veel losse eindjes. En Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie kan er dan ook kort over zijn: “Voor de Wereldgezondheidsorganisatie blijven alle hypothesen op tafel. Het rapport is een heel belangrijk begin, maar zeker niet het einde. We hebben de bron van het virus nog niet gevonden en we moeten de wetenschap blijven volgen en geen steen onomgekeerd laten.” De onderzoekers sluiten zich daarbij aan. Zo pleiten ze voor een grondig onderzoek naar ale dieren en producten die op markten in Wuhan – en dan vooral de markten waarop in december en januari besmettingen plaatsvonden – verhandeld werden. Ook boeren, leveranciers en hun contacten moeten daartoe ondervraagd worden. Ook moet er meer onderzoek worden gedaan naar de wilde dieren waarin de voorloper van het virus kan zijn ontstaan. Daarnaast pleit Ghebreyesus voor meer onderzoek naar de hypothese dat het virus uit een laboratorium is ontsnapt. “Het onderzoeksteam bezocht ook verschillende laboratoria in Wuhan en overwoog de mogelijkheid dat het virus de menselijke populatie bereikte door een incident in een laboratorium. Maar ik geloof niet dat we dat uitgebreid genoeg beoordeeld hebben. Meer data en onderzoek is nodig om tot robuustere conclusies te komen.”

En zo is er dus nog veel werk aan de winkel. Maar dat weerhoudt onderzoekers en de WHO er niet van om zich in de kwestie vast te blijven bijten. “Het vinden van de oorsprong van een virus kost tijd en we zijn het de wereld verschuldigd om de bron te vinden, zodat we samen maatregelen kunnen treffen om de kans dat dit nogmaals gebeurt, te verkleinen.” Er volgen dan ook ongetwijfeld nog meer onderzoeken en rapporten, waarbij we – hopelijk – gaandeweg steeds een iets beter beeld krijgen van hoe de enorme gezondheidscrisis die de wereld meer dan een jaar na dato nog volop in zijn greep heeft, begon.