kraamkamers

Ooit is onze zon ontstaan in één van de dichte gaswolken in het Melkwegstelsel. Vandaag de dag worden er nog steeds nieuwe sterren geboren, al gaat het allemaal iets trager dan vijf miljard jaar geleden. Wetenschappers hebben de stellaire kraamkamers in ons sterrenstelsel in kaart gebracht.

Waar is de zon geboren?

Ook de zon is ooit in een sterrengroep geboren. De zon maakt echter geen deel meer uit van deze sterrengroep. Het is dus moeilijk om de exacte geboorteplek van de zon aan te wijzen. Een tijdje werd sterrenhoop M67 aangewezen als de kraamkamer van de zon, maar deze hypothese is vorig jaar neergesabeld.

Astronoom Yancy Shirley en haar team van het Steward observatorium brachten in totaal meer dan 6.000 gaswolken in kaart. Deze donkere wolken storten langzaam in om toekomst te bieden aan (proto)sterren. “Wie ‘s nachts naar de Melkweg kijkt, ziet niet één lange, continue stroom sterren”, zegt Shirley. “Veel kleine donkere vlekken onderbreken het spoor. Dit zijn geen gebieden zonder sterren. Hier bevindt zich namelijk het ruwe materiaal waar sterren en planeten uit geboren worden.”

Doordat de gebieden nu in kaart zijn gebracht, kunnen astronomen nog beter volgen hoe sterren worden geboren. De afgelopen dertig jaar zijn wetenschappers wel meer te weten gekomen over protosterren (piepjonge sterren), maar toch ontbreekt er nog kennis over hoe donkere gasklompen transformeren in protosterren.

melkweg-kraamkamersKaart
Over de artistieke impressie van ons Melkwegstelsel (foto rechts) ligt een kaart met meer dan 6.000 prille stervormingsgebieden. Zoals u ziet bevinden de meeste gasklompen zich in één van de spiraalarmen van ons sterrenstelsel.

Hoe lang duurt het?
En wat nu? Astronomen hopen antwoord te geven op de brandende vraag, namelijk: hoe lang duurt het voordat een gasklomp een volwassen ster wordt? “We gaan dit berekenen door te kijken hoeveel jonge en hoeveel oudere stellaire kraamkamers er zijn”, legt Shirley uit. “De ratio onthult namelijk hoe lang iedere fase duurt. Uit ons onderzoek blijkt dat er veel meer stervormingsgebieden zijn met sterren dan zonder sterren, dus het lijkt aannemelijk dat de opstartfase van een stervormingsgebied vrij kort is. Als de fase langer duurde, dan zouden er veel meer donkere stellaire kraamkamers in wording te zien zijn.”

Achter het gordijn
Het is heel moeilijk om in een kraamkamer te kijken. “Het zijn dichte stofwolken, waar we lastig doorheen kunnen kijken”, zegt Shirley. Gelukkig zijn er radiotelescopen, die wel een glimp kunnen opvangen van wat er in de kern gebeurt. En daar gloeien stofdeeltjes. Slechts een paar graden boven het absolute nulpunt, maar nét genoeg om gezien te worden. Wat voor verhaal kunnen zij ons vertellen?