Waarom onthoudt de één zijn dromen wel en is de ander ze ‘s morgens bij het ontwaken direct al kwijt? Wetenschappers zijn eruit! Het is de schuld van de temporopariëtale junctie!

Franse onderzoekers bestudeerden de hersenactiviteit van mensen die zich hun dromen doorgaans kunnen herinneren en mensen die dat niet kunnen. Ze ontdekten dat er de nodige verschillen waren tussen het brein van mensen die veel dromen onthielden en mensen die dat niet konden.

Prikkels
Mensen die gemiddeld 5,2 ochtenden per week met hun dromen nog in het achterhoofd wakker werden, vertoonden zowel wanneer ze sliepen als wanneer ze wakker waren meer activiteit in de temporopariëtale junctie dan mensen die zich gemiddeld twee keer per maand een droom konden herinneren. De temporopariëtale junctie speelt een cruciale rol bij het verwerken van informatie. Bovendien kan dit deel van het brein ervoor zorgen dat mensen hun aandacht richten op externe prikkels en ervoor zorgen dat mensen gedurende de nacht zo af en toe wakker worden.

WIST U DAT…

Wakker worden
Uit eerder onderzoek is al gebleken dat mensen die hun dromen vaak na kunnen vertellen in vergelijking met mensen die dat niet kunnen bijna twee keer zo vaak ‘s nachts wakker worden. Daarnaast bleken hun hersenen tijdens het slapen sterker te reageren op geluiden. Het nieuwe onderzoek wijst de oorzaak van die verschillen aan: de temporopariëtale junctie.

“Dit kan verklaren waarom mensen die zich veel dromen kunnen herinneren sterker reageren op hun omgeving, vaker wakker worden en dus beter in staat zin om dromen in hun geheugen op te slaan dan mensen die zich minder dromen kunnen herinneren,” stelt onderzoeker Perrine Ruby. Ze benadrukt daarbij dat een slapend brein geen nieuwe informatie kan opslaan. “Het moet wakker zijn om dat te kunnen doen.”