diplodocus

Jarenlang stonden onderzoekers voor een raadsel. Waarom legden plantenetende dinosaurussen van zo’n 33 meter lang en met een gewicht van ongeveer 16 ton eitjes die slechts 1,5 kilo wogen? Maar nu zijn er eruit!

Een struisvogel weegt ongeveer 100 kilo en legt eieren die zo’n 1,5 kilo zwaar zijn. De grootste dinosaurussen die ooit op aarde rondliepen – behorende tot de sauropoda – wogen meer dan 16.000 kilo en legden eveneens eieren van ongeveer 1,5 kilo zwaar. Hoe kan dat? “Zowel de grootte van de eieren als de grootte van het legsel is kleiner dan men van zulke grote organismen zou verwachten,” stelt onderzoeker Graeme Ruxton vast. “Sommige mensen vinden het een beetje teleurstellend dat zulke grote dinosaurussen geen gigantische eieren legden.”

82 dagen
Maar de dinosaurussen hadden daar goede redenen voor, zo ontdekten Ruxton en zijn collega’s. Waarschijnlijk werd de grootte van de eieren van de dinosaurussen beperkt door het feit dat de embryo’s lange tijd nodig hadden om zich te ontwikkelen. Het duurde dus heel lang alvorens de kleine dinosaurussen uit hun ei kropen. De onderzoekers schatten dat tussen het moment waarop de eieren gelegd werden en het moment waarop de eieren uitkwamen, zo’n 65 tot 82 dagen zaten. Ter vergelijking: de eieren van de struisvogel komen na 42 dagen uit.

Groter, dus kwetsbaarder
In die periode van 42 dagen vallen heel wat van die eieren ten prooi aan roofdieren. Want dat is het probleem van grote eieren die lange tijd nodig hebben om uit te komen: ze vallen op en worden langdurig aan gevaren blootgesteld. Dat zou ook de reden zijn geweest waarom de enorme dinosaurussen relatief kleine eieren legden. Want hoewel een groter ei voordelen had – het jong is op het moment dat het uit het ei komt, groter en dus sterker – wogen die voordelen waarschijnlijk niet op tegen dat ene grote nadeel: een groter ei valt meer op in de ogen van roofdieren.

Het zou ook verklaren waarom de legsels van deze grote dinosaurussen klein zijn. De onderzoekers vermoeden dat de dinosaurussen hun kansen spreidden. Ze legden hun eitjes in kleine groepjes – mogelijk in verschillende broedgebieden – neer.