Het is vier keer voorgekomen dat de presidentskandidaat met de meeste kiezersstemmen geen president van de Verenigde Staten is geworden, namelijk in 1824, 1876, 1888 en in 2000. Hoe is dit mogelijk? In dit artikel zoomen we in op deze vier races.

1824: Jackson krijgt de meeste stemmen, maar Adams wint
In het verkiezingsjaar 1824 liep de tweede termijn van president James Monroe af. Vier jaar eerder, in 1820, was Monroe’s herverkiezing buitengewoon saai geweest, want hij was bijna unaniem gekozen, bij gebrek aan serieuze tegenkandidaten. Dat kwam doordat het land feitelijk nog maar één politieke partij had, die van de Democraten-Republikeinen; hun vroegere tegenstanders, de Federalisten, waren ter ziele gegaan.

In het begin van 1824 maakte Monroe bekend geen derde termijn na te streven, net als al zijn voorgangers. Veel politici van de Democraten-Republikeinen wilden Monroe opvolgen, waardoor de partij feitelijk uiteenviel en er een begin werd gemaakt met een nieuw meerpartijensysteem.

jackson-adams-2

Er waren uiteindelijk vier serieuze kandidaten. Toch waren er regionaal grote verschillen. In sommige staten stonden sommige kandidaten niet eens op de stembiljetten. De verkiezingen gingen meer over “koppen” dan over inhoudelijke zaken. Twee van de vier kandidaten, William Crawford en John Quincy Adams, hadden een lange ervaring als diplomaat en minister, hoewel dat niet noodzakelijkerwijs gunstig was voor hun populariteit. Crawford was een zuiderling en had daar dan ook zijn meeste aanhangers. Adams – zoon van de vroegere Federalistische president John Adams – had veel aanhangers in zijn basis in het noordoosten. De fans van kandidaat Henry Clay woonden in het westen van de VS; hij had carrière gemaakt als belangenbehartiger van het westen in Washington DC en als voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. De vierde kandidaat was nogal omstreden bij de hogere klassen, maar genoot veel populariteit bij het volk in alle delen van het land, met uitzondering van het noordoosten: Andrew Jackson, een oorlogsheld van de Oorlog van 1812 tegen Groot-Brittannië, en leider van enkele succesvolle militaire expedities tegen Indianen. In zijn zuidelijke thuisstaat Tennessee bezat hij een plantage met honderden zwarte slaven. Tijdens de verkiezingscampagne van 1824 was Jackson landelijk senator voor Tennessee.

In het begin van 1824 zag het er korte tijd naar uit dat de woeste zuidelijke generaal Jackson de “running mate” zou worden van de noordelijke diplomaat Adams; laatstgenoemde wilde de generaal als vicepresident, de enige functie waarin hij niemand kon laten ophangen. Supporters van Adams hadden al een rijmende slogan bedacht: “Adams, who can write, and Jackson, who can fight!” Edoch, Jackson en Adams werden spoedig rivalen in de strijd om het presidentschap.

In het begin van 1824 was er nog een andere politicus, de zuiderling John C. Calhoun, die het presidentschap ambieerde, maar al spoedig besloot Calhoun te kiezen voor het vicepresidentschap; hij werd de favoriet van de aanhangers van zowel Adams als Jackson.

De verkiezingen vonden plaats in november 1824; in die tijd werden in sommige staten de kiesmannen gekozen door de parlementen van de staten, maar in de meeste staten werden de kiesmannen rechtstreeks gekozen door de kiezers – dat wil zeggen, de volwassen blanke mannen of de betere klassen onder hen. Het tellen van de kiesmanstemmen vond plaats rond de jaarwisseling, en er bleek geen absolute meerderheid voor één van de kandidaten te zijn: Jackson kreeg 99 stemmen, Adams 84, Crawford 41 en Clay 37. Jackson had de meeste landelijke “popular votes” behaald, maar dat had – en heeft – geen juridische betekenis. Het kiescollege koos wel Calhoun tot vicepresident, met 182 van de 260 stemmen.

jackson-adams

Aangezien het kiescollege geen president kon aanwijzen, moest het Huis van Afgevaardigden kiezen tussen de drie kandidaten met de meeste kiesmanstemmen: Adams, Jackson en Crawford. De kandidaat met de minste kiesmanstemmen, Clay, viel af, maar toevallig was Clay ook voorzitter van het Huis van Afgevaardigden. In een de toespraak voor het Huis, op 9 februari 1825, voorafgaand aan de stemming voor het presidentschap, adviseerde Clay de afgevaardigden om te stemmen op Adams, en vooral niet op Jackson. De kiesprocedure binnen het Huis was per staat; er waren destijds 24 staten; een dunbevolkte staat – met weinig afgevaardigden – had evenveel invloed als een dichtbevolkte staat met veel afgevaardigden. Uiteindelijk waren er 13 staten voor Adams, 7 voor Jackson en 4 voor Crawford, zodat Adams de nieuwe president werd.

Een soortgelijke stemming in het Huis van Afgevaardigden is tot op de dag van vandaag niet meer voorgekomen, maar het zou nog steeds kunnen gebeuren, als er drie of meer ‘serieuze’ presidentskandidaten zijn. In dat geval zal dezelfde verkiezingsprocedure binnen het Huis worden toegepast.

De nieuwe president Adams maakte een politieke blunder door Henry Clay te benoemen tot minister van buitenlandse zaken – en dat terwijl Clay één van zijn rivalen in de verkiezingsstrijd was geweest. Bovendien had Clay, als voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, openlijk gepleit voor Adams als nieuwe president. De aanhangers van Jackson maakten meteen van de gelegenheid gebruik om Adams en Clay zwart te maken. Een pro-Jackson krant onthulde dat er een corrupte deal tussen Adams en Clay was geweest, waardoor de Jackson, de man met de meeste stemmen, het presidentschap was onthouden. Ook Jackson zelf sprak al spoedig in soortgelijke bewoordingen.

In werkelijkheid was er helemaal geen corruptie gepleegd, want de verkiezing van Adams was geheel volgens de democratische en grondwettelijke regels verlopen. Maar door Adams’ onverstandige benoeming van Clay als kabinetslid, is de verkiezingsuitslag van 1824 de geschiedenis ingegaan als een corrupte strijd.

Adams en Jackson werden gedurende 1824 en 1825 vijanden en bleven dat voor de rest van hun levens. Jackson begon zich al in 1825 voor te bereiden op de verkiezingen van 1828; in dat jaar won Jackson de presidentsverkiezingen van Adams. Jackson was vervolgens acht jaar een president van het volk, met als aanhangers de kolonisten in het westen en de voorstanders van slavernij in het zuiden. Zijn vijanden waren bankiers, advocaten en andere witte boorden uit het noordoosten – en uiteraard de Indianen, die moesten wijken voor de blanken.

1876: Tilden krijgt de meeste stemmen, maar Hayes wint
In 1876 naderde president Grant het einde van zijn tweede termijn. Hij was een oorlogsheld van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865); een oorlogsheld van de noordelijke winnaars wel te verstaan, niet van de zuidelijke verliezers. Nadat de noordelijken in 1865 de oorlog hadden gewonnen, werd het zuiden militair bezet en kregen de donkere Amerikanen in het zuiden dezelfde rechten als de blanken. De militaire bezetting van een staat werd pas opgeheven als een staat de nieuwe grondwettelijke bepalingen accepteerde; in het verkiezingsjaar 1876 waren sommige zuidelijke staten nog altijd militair bezet. President Grant wenste een derde termijn, maar zijn Republikeinse partijgenoten weigerden hem opnieuw te nomineren.

Rutherford Hayes

Rutherford Hayes

In 1876 ging de strijd tussen de Republikein Rutherford Hayes en de Democraat John Tilden. De Republikeinen waren sinds 1861 onafgebroken aan de macht waren geweest en sommige Republikeinse machthebbers waren verzeild geraakt in praktijken die leken op corruptie en machtsmisbruik. De economische situatie was in dat jaar niet erg goed en ook dat werkte in het nadeel van de regerende Republikeinen. Beide grote partijen beloofden een eind te maken aan de reconstructie in het zuiden, maar de belofte van Democraten klonk geloofwaardiger, omdat de Republikeinen met die reconstructie waren begonnen.

De Republikeinen voerden campagne met slogans die refereerden aan de Burgeroorlog, toen de zuidelijke Democraten (of “rebellen”) zich hadden willen afscheiden van de Unie, bijvoorbeeld: “Not every Democrat was a Rebel, but every Rebel was a Democrat” en “Every man that tried to destroy this nation was a Democrat. The man that assassinated Abraham Lincoln was a Democrat… Soldiers, every scar you have on your heroic bodies was given you by a Democrat!”

De verkiezingsdag was 7 november 1876. Een paar dagen later bleek dat Tilden de meeste landelijke “popular votes” had gekregen en 184 kiesmanstemmen; hij had nog één kiesmanstem nodig voor het presidentschap. Hayes had op dat moment 163 kiesmanstemmen, maar er waren problemen in vier staten, die samen 22 kiesmanstemmen leverden. Zowel Tilden als Hayes waren overtuigd van Tilden’s overwinning; maar toen kwamen prominente partijgenoten van Hayes in actie, vastbesloten de verkiezingswinst naar zich toe te trekken.

Eén probleem deed zich voor in de westelijke staat Oregon, die drie kiesmannen leverde. Hayes had in deze staat overtuigend gewonnen, maar één van de drie Republikeinse kiesmannen bleek een Federale ambtenaar te zijn en zo iemand mocht geen kiesman worden. De Democratische gouverneur van Oregon verving deze kiesman door een Democraat en als die ene stem inderdaad naar Tilden zou gaan, zou Tilden president worden! Uiteindelijk werden alle drie stemmen van Oregon toegewezen aan Hayes.

Verder waren er omstreden verkiezingsuitslagen in drie zuidelijke staten die nog bezet werden door Federale troepen: Florida (4 kiesmannen), Louisiana (8 kiesmannen) en South Carolina (7 kiesmannen). Hier waren duidelijk onregelmatigheden geweest, zoals intimidatie en opzettelijk selectief tellen van stemmen. Zwarte kiezers stemden uiteraard massaal op de Republikeinen, omdat zij hen verlost hadden van de slavernij. In sommige regio’s hadden zwarten meer dan één stem kunnen uitbrengen, terwijl Federale soldaten de andere kant op keken. In andere zuidelijke regio’s hadden blanke knokploegen het voor het zeggen en werden vrijwel alleen Democratische stemmen geteld.

Om de omstreden kiesmanstemmen “eerlijk” toe te wijzen, richtten de twee grote partijen een Electoral Commission op met evenveel Democraten als Republikeinen. En met een “onpartijdige” Republikeinse voorzitter: Joseph Bradley, een rechter van het Hooggerechtshof. In begin maart 1877 wees deze commissie alle omstreden kiesmanstemmen toe aan Hayes, dankzij het – toch wel partijdige – stemgedrag van Bradley. De Republikein Hayes won uiteindelijk de verkiezingen met 185 tegen 184 kiesmanstemmen. Maar als de verkiezingen in Florida, Louisiana en South Carolina eerlijk waren verlopen, had Hayes vrijwel zeker minstens één van die staten verloren en zou Tilden de nieuwe president zijn geworden.

hayes-tilden

De verkiezingen van 1876 waren een dieptepunt in de Amerikaanse democratie. Bovendien vormden ze het begin van nog groter dieptepunt in de Amerikaanse geschiedenis, namelijk het begin van een vergaande discriminatie van de zwarten in het zuiden. Nadat president Hayes in 1877 alle Federale bezettingstroepen uit het zuiden had teruggetrokken, kon de blanke meerderheid weer de macht grijpen en werden de donkere Amerikanen achtergesteld. De zuidelijke Democraten bleven nog bijna een eeuw de partij van de blanke suprematie, hoewel de noordelijke Democraten anders waren. Enkele jaren na 1877 durfden nog maar weinig zwarten in het Zuiden zich als kiezer te laten registreren; corrupte blanke ambtenaren en knokploegen van de Ku Klux Klan en soortgelijke organisaties zorgden er wel voor dat de meeste zwarte kiezers thuis bleven.

1888: Cleveland krijgt de meeste stemmen, maar Harrison wint
In 1888 nam de zittende Democratische president Grover Cleveland het op tegen de Republikein Benjamin Harrison. Het belangrijkste meningsverschil betrof de invoertarieven; de Republikeinen wilden die tarieven handhaven of verhogen – hoewel ze al aanzienlijk hoger waren dan in andere landen – terwijl de Democraten een aantal tarieven wilden verlagen. Lagere tarieven zouden de kosten van levensonderhoud voor de armen kunnen drukken en de kans op buitenlandse tegenmaatregelen – gericht tegen Amerikaanse exportproducten – verminderen.

De Republikeinen waren kansloos in de voormalig slavenstaten in het zuidoosten, waar de Democraten de partij waren van de blanke suprematie. De Republikeinen hoopten op stemmen van zowel kapitalisten als arbeiders in het noorden en westen, hoewel de Democraten daar vrij veel aanhang hadden onder arbeiders en middenstanders. President Cleveland was van mening dat hij, als zittende president, geen campagne behoorde te voeren en daarom moest zijn “running mate”, Allen Thurman, met de trein het hele land rondreizen om stemmen te winnen.

De Republikeinen voerden een betere campagne dan de Democraten, mede omdat de Republikeinen aanzienlijk meer sponsorgelden kregen van machtige kapitalisten, die hoge invoerrechten wilden. De Republikeinen stelden dat Cleveland, met zijn campagne voor lagere tarieven, in feite pro-Brits was, want Groot-Brittannië was in die tijd de grote voorstander van vrijhandel. Door Cleveland uit te maken als vriend van de Britten, hoopten de Republikeinen stemmen te winnen onder anti-Britse immigranten, zoals Ieren. Cleveland moest wel iets doen om aan te tonen dat ook hij de Amerikaanse belangen tegen de Britten kon behartigen. Cleveland kreeg een gelegenheid, toen buurland Canada – een Brits Gemenebest – optrad tegen Amerikaanse vissersboten in Canadese wateren. Cleveland reageerde met sancties tegen Canada, waarvoor hij werd geprezen door veel kranten.

stemmenDe verkiezingen eindigden in een nek-aan-rek race, waarin Cleveland de meeste landelijke stemmen kreeg en Harrison de meeste kiesmannen; Harrison won namelijk meestal met kleine – vaak zeer kleine – meerderheden in “zijn” staten, terwijl Cleveland meestal met grote meerderheden won in “zijn” staten. In tegenstelling tot de verkiezingen van 1876, waren de verkiezingen van 1888 volkomen volgens de democratische regels verlopen – tenzij men van mening is, dat het hele kiesstelsel ondemocratisch is.

2000: Gore krijgt de meeste stemmen, maar Bush jr. wint
In 2000 liep de tweede termijn van de Democratische president Bill Clinton af. Volgens de grondwet mocht hij geen derde keer gekozen worden en dus moesten de Democraten op zoek naar een nieuwe leider. Ze kozen uiteindelijk vicepresident Al Gore met senator Joe Lieberman als “running mate”.

Bij de Republikeinen was aanzienlijk meer strijd om de nominatie dan bij de Democraten. De Republikeinen kozen uiteindelijk voor George W. Bush, zoon van de voormalige president George Bush (1989-1993). Vicepresidentskandidaat werd Dick Cheney. Bush en Cheney stonden bekend als “conservatief” en dat betekende – en betekent – meestal ‘goed’ bij de Republikeinen.

al-gore-bush

President Clinton steunde uiteraard zijn partijgenoten, maar door zijn seksschandaal uit 1998 – met de jonge stagiair Monica Lewinsky – besloot het campagneteam dat Clinton op de achtergrond moest blijven en zo weinig mogelijk met Gore of Lieberman gezien moest worden. Clinton werd vooral ingezet in regio’s waar hij toch al populair was en op bijeenkomsten met weinig camera’s. Het is onmogelijk te achterhalen of de Lewinsky-affaire nog een rol heeft gespeeld in de keuze van sommige kiezers in 2000 – maar de Republikeinen beloofden dat ze de “eer en waardigheid” van het Witte Huis zouden herstellen.

De conservatieve Republikeinen en die iets progressievere Democraten voerden vooral campagne over binnenlandse zaken, zoals hervormingen van de sociale zekerheid, het al dan niet invoeren van een landelijke ziektekostenverzekering, belastingpolitiek en het Federale begrotingstekort. De buitenlandse politiek was minder belangrijk. De Republikeinen vonden dat Clinton de Amerikaanse troepen uit Somalië moest terugtrekken, omdat ze daar werden ingezet voor de oneigenlijke taak van het opbouwen van het land. De Democraten wezen op de gebrekkige buitenlandse ervaring van Bush en Cheney.

Tot ongenoegen van de Democraten deed er een derde partij mee aan de verkiezingen: de Groenen onder Ralph Nader, die al tientallen jaren een landelijke reputatie had als voorstander van consumentenbescherming en een strengere milieuwetgeving. De Democraten meenden dat Nader stemmen bij hen kaapte. Nader hoopte op minste vijf procent van de stemmen, zodat hij bij de volgende verkiezingen recht zou hebben op overheidssubsidie. Uiteindelijk won Nader 2,7 procent van de stemmen en geen enkele kiesmanstem.

Toen kwam de verkiezingsdag: 7 november 2000. De opiniepeilers hadden een nek-aan-nek race voorspeld en dat werd het ook. Er gebeurde iets heel onverwachts; het tellen van de stemmen in Florida duurde lang, want toen al meer dan 90 procent van de stemmen in die staat geteld was, bleek er een verschil te zijn van hooguit een paar honderd stemmen tussen Bush en Gore. En de 25 kiesmanstemmen van die staat zouden precies het verschil maken tussen Bush of Gore als winnaar! Het was op 8 november al wel duidelijk dat Gore de meeste landelijke “popular votes” had gekregen.

gore-vs-bush

Volgens de officiële telling kregen Bush en Cheney 2.912.790 stemmen in Florida, tegenover 2.912.253 stemmen voor Gore en Lieberman. Er waren geruchten dat er vergissingen waren gemaakt bij de tellingen in sommige districten in die staat en in sommige districten werd met juridische middelen geprobeerd hertellingen af te dwingen. Bovendien zou in sommige districten in Florida gebruik zijn gemaakt van een vreemd stembiljet, waardoor veel kiezers per ongeluk ongeldig of verkeerd zouden hebben gestemd. Uiteindelijk moest zelfs het Amerikaanse Hooggerechtshof er aan te pas komen, met de zaak “Bush versus Gore”, waarin op 12 december werd bepaald dat de hertellingen ongrondwettig waren, en dat de oorspronkelijke uitslag moest worden geaccepteerd. Op de avond van die dag werd winnaar Bush door verliezer Gore gefeliciteerd. Het is jammer dat we nooit zullen weten of er telfouten in Florida zijn gemaakt, waardoor de uitslag anders had kunnen zijn.

Alex Ritsema (1963) is in 1987 afgestudeerd als econoom en statisticus aan de Universiteit van Groningen. Sinds 1989 werkt hij in Deventer op Saxion Hogescholen – maar dat heeft weinig te maken met één van zijn grote hobby’s: het bezoeken en bestuderen van kleine eilanden, overal ter wereld. Daarnaast is hij geïnteresseerd in de Amerikaanse geschiedenis. Afgelopen weken schreef hij over de Amerikaanse presidentsverkiezingen en over het vak van vicepresident. Alex heeft enkele Engelstalige boeken geschreven over eilanden en maritieme geschiedenis. Meer informatie over de Nederlandse Waddeneilanden schreef hij in zijn boek “Discover the Dutch wadden Islands” (Lulupress, 2008). Zijn eilanden-website is www.aworldofislands.com.