waarom-zijn-erHet is een vraag die bioloog Menno Schilthuizen bezighoudt: waarom zijn er zoveel soorten? Waarom is de diversiteit zo groot? In zijn boek gaat hij dieper op dit onderwerp in en bezoekt hij koraalriffen, grotten en oerwouden.

Iemand die graag meer willen weten over ecologische raadsels, zal dit boek vast en zeker verslinden. Schilthuizen tikt allerlei vakgebieden aan, schrijft literair en noemt ontzettend veel voorbeelden en citaten. Hierdoor is het geen simpel populair-wetenschappelijk boek met hap-snap-materie, maar een breinbreker die de lezer scherp houdt. Verlies je als lezer even de aandacht, dan is Schilthuizen alweer drie stappen verder.

Aan het eind van het boek blijft er één gedachte hangen: wat zit het leven toch bijzonder in elkaar. En: wat weten we nog ontzettend weinig. “Wetenschappers hebben inmiddels ongeveer 1,8 miljoen soorten beschreven,” schrijft Schilthuizen in het laatste hoofdstuk. “Maar als we extrapoleren op basis van de aantallen gespecialiseerde plantenetende insecten die na een ‘nevel’-experiment uit een regenwoudboom regenen, of van het aantal verschillende DNA-streepjescodes die we kunnen genereren op basis van een snuifje tuingrond, moeten we toegeven dat we waarschijnlijk slechts een fractie kennen van alle soorten die onze planeet bevolken.”

We weten nog te weinig over – zoals Schilthuizen het noemt – “het tapijt des levens”. Pas wanneer we de manier waarop de draden van dit tapijt bijeen worden gehouden kunnen ontrafelen, leren we hoe ecosystemen werken. Kortom: werk aan de winkel!