Najash

Waarom verloren slangen hun poten? Was het een aanpassing aan een zwemmende of een gravende levensstijl? Onder herpetologen woedt nog steeds een hevige discussie. Hong-yu Yi van het American Museum of Natural History in New York bestudeerde de oren van enkele fossiele en levende slangen om deze discussie mogelijk te beëindigen.

Men weet dat slangen afstammen van hagedissen. Pythons en boa’s, bijvoorbeeld, bezitten nog rudimentaire achterpoten, die gebruikt worden tijdens de paring. Toch bestaat er rond de precieze oorsprong van slangen een groot debat: verloren slangen hun poten om efficiënter te zwemmen of om beter te graven? Laten we de argumenten van beide hypothesen eens langs elkaar leggen.

Pachyrhachis

Pachyrhachis, een uitgestorven mariene slang met achterpoten.

Zwemmende of gravende hagedis?
Het idee dat slangen hun poten verloren door een zwemmende levensstijl aan te nemen, werd geopperd door paleontoloog Michael Caldwell (Universiteit van Alberta in Edmonton, Canada). In 1997 vond hij het fossiel van een mariene slang, Pachyrhachis, dat nog steeds achterpoten bezat. Caldwell stelde dat dit 100 miljoen jaar oude fossiel suggereert dat mosasauriërs – uitgestorven zwemmende hagedissen – de voorouders van slangen zijn.

In 2006 vonden andere onderzoekers een nieuw overgangsfossiel tussen slangen en hagedissen van ongeveer 90 miljoen jaar oud. Dit fossiel, Najash, vertoonde duidelijk kenmerken van een gravende levensstijl. Daarnaast toonde genetisch onderzoek aan dat slangen niet nauw verwant zijn aan de levende afstammelingen van de mosasauriërs, zoals de Komodovaraan.

Nieuw bewijs
Hong-yu Yi van het American Museum of Natural History in New York komt nu met nieuw bewijs voor de ‘gravende hagedis-hypothese’. Zij vergeleek de oren van tien moderne slangen, zowel aquatisch als terrestrisch, en negen hagedissen. Vervolgens bepaalde ze de structuur van het oor van een 85 miljoen jaar oud fossiel, Dinilysia. Deze structuur leek sterk op die van terrestrische slangen en hagedissen.

Sceptisch
Hoewel deze analyse een extra argument biedt voor de gravende hagedis-hypothese, blijven de aanhangers van de concurrerende hypothese sceptisch. Zo geeft Caldwell aan dat het fossiel geen zachte weefsels bevat, wat de vergelijking met moderne reptielen bemoeilijkt. Verder is Dinilysia ongeveer twee meter lang. Deze lengte is niet gunstig om te graven.