recht

Vorige week ging het adolescentenstrafrecht in. Heel concreet betekent dat dat jongvolwassenen van 21 en 22 jaar niet langer altijd als volwassenen berecht hoeven worden: de rechter mag ook het jeugdstrafrecht toepassen. En dat met dank aan hersenonderzoek!

Jongvolwassenen van 21 en 22 jaar werden altijd als volwassenen berecht. Maar sinds 1 april van dit jaar is dat niet meer zo vanzelfsprekend. Een rechter kan er nu ook voor kiezen om jongvolwassenen van 21 of 22 jaar onder het jeugdstrafrecht te laten vallen. Het is een nieuwe maatregel die wordt ingegeven door recent hersenonderzoek.

Limbische systeem en prefrontale cortex
“De hersenen bestaan uit verschillende delen,” legt Loes Keijsers, als adolescentenpsycholoog verbonden aan de Universiteit Utrecht en schrijver van het boek ‘Waarom tieners zo irritant kunnen zijn‘, uit. “In dit geval draait het allemaal om twee systemen: het limbische systeem en de prefrontale cortex. Het limbische systeem is nauw betrokken bij emoties en vertelt jongeren dat iets ‘stoer’ of ‘gaaf’ is.” De prefrontale cortex is de rationele tegenhanger. “Die vertelt jongeren bijvoorbeeld dat iets misschien stoer lijkt, maar heel gevaarlijk is.” Recent hersenonderzoek heeft ons inzicht gegeven in de ontwikkeling van die twee delen van ons brein. “Bij jongeren is het brein nog in ontwikkeling. Wetenschappers hebben ontdekt dat het emotionele deel van het brein zich sneller ontwikkelt dan het rationele deel. Een consequentie daarvan is dat het emotionele deel van het brein heel veel wil en het rationele deel van het brein achterloopt en het gedrag nog niet goed kan remmen.” En dat kan in een bepaalde setting een serieus probleem zijn. “Stel een jongvolwassene komt op het idee om een winkelwagentjesrace te houden, dan zetten zijn emotionele hersenen hem daar toe aan. Het rationele brein loopt wat achter en zegt nog niet: ‘Zou je dat wel doen? Dat is gevaarlijk!” Het leidt ertoe dat jongeren de consequenties van hun daden onvoldoende overzien en gekke dingen gaan doen.

“Als je vanuit de ontwikkelingspsychologie gaat nadenken hoe je een jongere op het rechte pad kunt krijgen, dan kom je uit bij het jeugdstrafrecht”

Grens
Het hersenonderzoek riep een belangrijke vraag op. Want als het brein van jongvolwassenen nog in ontwikkeling is, mogen we ze dan wel als ‘volwassen’ zien? Het leidde uiteindelijk tot de nieuwe wetgeving die stelt dat 21- en 22-jarigen voortaan eventueel als jeugdigen berecht mogen worden. Vanaf 23 jaar worden alle jongvolwassenen als volwassenen berecht, want door de maat genomen, moeten de emotie en rationaliteit zo rond het 23e levensjaar toch wel in evenwicht zijn. “Je moet ergens een grens trekken,” stelt Keijsers. “Vergelijk het met lichamelijk groei: men stelt dat je op je achttiende uitgegroeid bent, maar er zijn er altijd wel een paar die na hun achttiende nog groeien.”

Zestienjarigen
Dankzij het adolescentenstrafrecht kunnen 21- en 22-jarigen dus als jeugdigen veroordeeld worden. Wat niet verandert met de nieuwe wetgeving is het feit dat 16- en 17-jarigen in bepaalde gevallen als volwassenen berecht worden. Puur vanuit de psychologische hoek gezien, valt dat niet te rechtvaardigen. “Als je vanuit de ontwikkelingspsychologie gaat nadenken hoe je een jongere op het rechte pad kunt krijgen, dan kom je uit bij het jeugdstrafrecht, met een stukje pedagogische begeleiding en zonder strafblad.” Maar het strafrecht draait niet alleen om de verdachte. “Strafrecht heeft meerdere functies. Aan de ene kant de dader op het rechte pad krijgen, maar anderzijds ook maatschappelijke vergelding. Als een jongere iemand vermoordt, is het jeugdstrafrecht maatschappelijk gezien niet gewenst. Daar zit dus een spanningsveld, maar ik moet zeggen dat daarin doorgaans goede afwegingen worden gemaakt.”

Wetenschappelijk gezien is er alle reden om positief naar het vernieuwde adolescentenstrafrecht te kijken. “Het houdt rekening met de ontwikkelingsleeftijd in plaats van de kalenderleeftijd en met het feit dat jongeren over criminaliteit heen kunnen groeien en een strafblad daarbij in de weg kan zitten. Maar ook met het feit dat jongeren vatbaar zijn voor groepsdruk en dat ze soms slechte dingen kunnen doen, terwijl het geen slechte mensen zijn.”