Misschien is het wel puur toeval, zo suggereert een nieuw, boeiend onderzoek.

Al duizenden jaren wordt er op aarde oorlog gevoerd. Het inspireerde talloze kunstenaars tot het maken van schilderijen, beeldhouwwerken en tekeningen. En wanneer je die kunstwerken goed bekijkt, kan het je niet ontgaan: het strijdveld is het domein van mannen. Maar waarom eigenlijk? Over die vraag hebben Britse onderzoekers zich nu gebogen. En ze komen tot de conclusie dat het heel goed het resultaat kan zijn van..puur toeval.

Hypothesen
Het is niet voor het eerst dat onderzoekers zich buigen over de vraag waarom mannen – en niet vrouwen – al eeuwenlang ten strijde trekken. Het resulteert onder meer in de hypothese dat dit voortvloeit uit de fundamentele verschillen die er tussen mannen en vrouwen zijn. Zo zouden mannen bijvoorbeeld doorgaans sterker zijn en dus effectiever zijn in tijden van oorlog.

Nieuw onderzoek
Maar met het nieuwe onderzoek komt die hypothese dus op losse schroeven te staan. “Onze studie laat zien dat deze verschillen niet nodig zijn als we willen verklaren waarom vrouwen doorgaans niet ten strijde trekken,” stelt onderzoeker Alberto Micheletti. “Wij ontdekten dat hoe meer het ene geslacht deelneemt aan oorlogen, hoe minder het ander geslacht geneigd is om dat te doen. Door de tijd heen leidt het ertoe dat slechts één geslacht de strijd aangaat.”

Farao Toetanchamon trekt ten strijde. Afbeelding: Yann Forget (via Wikimedia Commons).

Toeval
Het verklaart nog niet direct waarom dan juist mannen – en niet vrouwen – het oorlogvoerende geslacht zijn. Mogelijk is dat gewoon toeval. “Het is allemaal afhankelijk van welke gedragingen in voorouderlijke populaties domineerden,” stelt Micheletti. “Uiteindelijk kan het allemaal gewoon toeval zijn. Waren de vrouwen op het moment dat de oorlog het levenslicht zag, wat agressiever geweest, dan konden zij het strijdende geslacht zijn geweest. Dat zien we wel in andere soorten, bijvoorbeeld de gevlekte hyena’s, waarbij alleen vrouwtjes andere roedels aanvallen. Maar binnen onze soort is dat dus niet het geval.”

De onderzoekers baseren zich op een wiskundig model waarmee ze de evolutie van de deelname van mannen en vrouwen aan de strijd poogden te beschrijven. Ze gebruikten het model om hypothesen omtrent het door mannen gedomineerde strijdveld te toetsen. Wanneer het model ervan uitging dat er geen fundamentele verschillen tussen mannen en vrouwen waren, bleek het nog steeds heel aannemelijk te zijn dat slechts één geslacht ten strijde trok. Welk geslacht dat was, bleek met name af te hangen van de vraag welk geslacht in beginsel al het meest agressief was. Je kunt het toeval noemen dat mannen het agressiefst waren op het moment dat de oorlog het levenslicht zag. Maar die agressie had natuurlijk een evolutionaire oorsprong. De onderzoekers wijzen erop dat mannen – omdat ze onder meer met elkaar concurreerden voor partners – waarschijnlijk in beginsel al wat agressiever waren dan vrouwen. Die agressie zou in eerste instantie op mannen van de eigen groep gericht zijn geweest, maar later – mogelijk in een poging om nog meer partners en grondstoffen te verkrijgen – dus ook op mannen van buiten de groep.