rsz_roken

“Mijn buurman rookte als een ketter en is 100 jaar oud geworden.” Regelmatig hoor je dit soort verhalen van rokers. Uit nieuw onderzoek blijkt dat rokers inderdaad stokoud kunnen worden, maar in dat geval is het een kwestie van goede genen.

Wetenschappers melden in een paper in het wetenschappelijke vakblad The Journals of Gerontology, Series A: Biological Sciences & Medical Sciences dat een variatie in het DNA van een enkele nucleotide lang – kortweg ‘SNP’ genoemd – een persoon beter beschermt tegen omgevingsschade (zoals roken). Als er schade is, dan blijft die vaak beperkt.

“We hebben een groep genetische merkers gevonden die ervoor zorgt dat mensen langer leven”, zegt auteur Morgan E. Levine. “Dit is een bewijs dat genen de levensduur van een organisme kunnen oprekken, bijvoorbeeld door cellen intensiever te onderhouden en te repareren. Zelfs wanneer bepaalde individuen blootgesteld worden aan biologische stressfactoren, zoals de stofjes die we vinden in sigarettenrook, kunnen hun lichamen beter omgaan met de schade.”

De levensduur van een persoon is dus niet alleen afhankelijk van omgevingsfactoren, maar lijkt ook genetisch bepaald. Rokers met ‘goede genen’ kunnen dus langer leven dan niet-rokers die niet beschikken over de genetische variatie. De wetenschappers melden dat deze groep ‘super’-rokers niet al te groot is, dus jouw kettingrokende buurman heeft simpelweg geluk gehad.

Mogelijk beschermen de genen ook beter tegen kanker. Kanker komt namelijk 11% minder vaak voor bij personen met deze supergenen. Het uitgebreide paper is hier te lezen.