sovjet

In 1991 viel de Sovjetunie uiteen. Nieuw onderzoek toont nu aan dat dat klimaattechnisch een hele blijde gebeurtenis was. Het uiteenvallen van de Sovjetunie creëerde namelijk één van de grootste CO2-opslagplaatsen ter wereld.

Toen de Sovjetunie nog volop in bedrijf was, werd er collectief geboerd. Boerderijen werden samengevoegd en boeren werden verplicht om hun voedsel tegen lage prijzen aan de staat te verkopen. Toen de Sovjetunie uiteenviel, stortte ook het hele systeem van collectivisatie ineen. De boeren verlieten hun land en trokken massaal naar de stad. Het resultaat? Een slordige 45 miljoen hectare land kwam braak te liggen. Het is de grootste en meest abrupte verandering in het gebruik van land op het noordelijk halfrond in de twintigste eeuw.

Inmiddels zijn we een kleine 25 jaar verder. En het land dat rond 1991 verlaten werd, ligt er nog steeds eenzaam bij. Leeg is het echter niet: planten hebben zich op de akkers gevestigd. En die planten hebben de vergeten akkers omgetoverd tot opslagplaatsen van CO2. De planten halen CO2 uit de lucht en slaan het op. Als een plant sterft, belanden zijn resten – en de CO2 – in de bodem.

Lang was het lastig om een inschatting te maken van de hoeveelheid CO2 die door braakliggend land gevangen wordt. Maar onderzoekers doen in het blad Global Change Biology een goede poging. Ze bestudeerden de Russische grondtypes en doken in onderzoeken naar CO2-opslag om een nauwkeurige schatting te maken van de hoeveelheid CO2 die tot 2009 in de vergeten Russische akkers verdwenen is. De onderzoekers schatten in dat vanaf 1990 jaarlijks ongeveer 42,6 miljoen ton CO2 in de grond is opgeslagen. Dat is vergelijkbaar met ongeveer tien procent van de CO2 die alle Russische bossen bij elkaar elk jaar opslaan. Sterker nog: het compenseert ongeveer vier procent van alle CO2 die jaarlijks wereldwijd vrijkomt door toedoen van ontbossing en andere veranderingen in het gebruik van land.