zonnevlam

De afgelopen zestien jaar is de temperatuur wereldwijd amper gestegen: de opwarming van de aarde lijkt wel gepauzeerd. Wetenschappers weten nu eindelijk hoe dat komt. De zon, El Niño en La Niña zijn de ‘boosdoeners’.

Sinds 1988 zijn de temperaturen wereldwijd amper gestegen. En dat is vreemd. Want tot kort daarvoor stegen de temperaturen sterk. Klimaatmodellen voorspelden bovendien dat de temperatuur stevig zou blijven stijgen, aangezien deze nauw samenhing met de – ook toenemende – CO2-uitstoot. Maar sinds 1998 lijkt het klimaat zich weinig meer van die klimaatmodellen aan te trekken. De opwarming van de aarde gaat vandaag de dag zo langzaam, dat deze wel gepauzeerd lijkt te zijn.

Hypotheses
Terwijl klimaatsceptici in hun vuistje lachen, zijn onderzoekers al jaren op zoek naar een verklaring voor deze ‘pauze’. Het resulteert in verschillende hypotheses. Wetenschappers hebben al die hypotheses nu onder de loep genomen en beoordeeld. En ze denken de gepauzeerde opwarming van de aarde nu eindelijk te kunnen verklaren. In het blad Nature Geoscience concluderen ze dat de ‘gepauzeerde klimaatverandering’ het resultaat is van twee factoren.

Metingen

Dat de klimaatmodellen niet overeenkomen met de temperaturen die de laatste zestien jaar gemeten zijn, is niet alleen te wijten aan het feit dat deze modellen te veel opwarming voorspellen, zo benadrukken de onderzoekers. Ook de interpretatie van de gemeten temperaturen kan beter. Zo wijzen ze erop dat de gemeten temperaturen geen goed beeld van de werkelijke opwarming van de aarde geven. De gemiddelde wereldwijde temperatuur wordt namelijk gebaseerd op metingen van weerstations op de grond. Maar die weerstations zijn niet overal op aarde te vinden. Zo zijn er in het Arctisch gebied bijvoorbeeld geen weerstations. Satellietbeelden vertellen ons dat dat deel van de wereld de laatste jaren sterk is opgewarmd, maar omdat er geen weerstations zijn, zien we dat niet terugkomen in de gemiddelde wereldwijde temperatuur. Wetenschappers pleiten er dan ook voor om op basis van satellietbeelden de gemiddelde temperatuur van gebieden zonder weerstations te schatten om deze toch mee te kunnen nemen in de berekeningen.

Het jongetje en het meisje
De eerste ‘boosdoener’ is een combinatie van El Niño en La Niña. “1998 was een sterk El Niño-jaar, waardoor het dat jaar heel warm was,” vertelt onderzoeker Reto Knutti. De afgelopen jaren was het door toedoen van El Niño’s tegenhanger – La Niña – veel koeler dan het normaal gesproken zou zijn. Natuurlijk houden klimaatmodellen rekening met deze fluctuaties, maar het is onmogelijk om te voorspellen in welk jaar deze fenomenen hun krachten zullen bundelen. Knutti vergelijkt het de aandelenbeurs. “Wanneer een pensioenfonds zijn kapitaal gaat beleggen, verwacht het op lange termijn winst te maken.” Tegelijkertijd is men zich er ook van bewust dat de aandelen aan fluctuerende prijzen onderhevig zijn en dat er op korte termijn ook verlies gedraaid kan worden. Wat deskundigen echter niet kunnen voorspellen is wanneer een recessie ontstaat. Klimaatwetenschappers weten ook dat op korte termijn fluctuaties kunnen ontstaan, maar zij kunnen niet voorspellen wanneer La Niña acte de présence geeft.

De zon
De tweede boosdoener is de straling van de zon. De afgelopen jaren heeft minder zonnestraling het aardoppervlak weten te bereiken. Dat heeft ten eerste te maken met het feit dat de laatste zonnecyclus – en dus ook het zonneminimum, oftewel de periode waarin de zon minder actief is – om onduidelijke redenen langer duurde dan in de decennia daarvoor. Ten tweede hebben diverse vulkaanuitbarstingen plaatsgevonden (bijvoorbeeld de Eyjafjallajökull in IJsland in 2010) waarbij grote hoeveelheden aerosolen in de atmosfeer zijn beland. Deze deeltjes kaatsen zonlicht terug nog voor het het aardoppervlak bereikt.

Op basis van hun studie concluderen de onderzoekers tevens dat de opwarming zich weer zal herpakken. “De klimaatfluctuaties op korte termijn zijn gemakkelijk te verklaren. Ze veranderen niets aan het feit dat het klimaat op lange termijn door toedoen van de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk warmer zal worden.”