Onderzoekers onthullen hoe visuele prikkels in ons bewustzijn doordringen (of niet).

Niet alles wat we zien, dringt door tot ons bewustzijn. Maar wat zorgt er nu voor dat we ons van de ene visuele prikkel wél bewust zijn en van de andere niet? Dat heeft een internationaal team van onderzoekers onder leiding van de Nederlandse Pieter Roelfsema, uitgezocht.

Activiteitsniveau
De onderzoekers keken wat er in het brein van apen gebeurde, wanneer zij aan visuele prikkels – in dit geval: korte lichtflitsen – werden blootgesteld. De prikkels werden eerst geregistreerd in de visuele hersenschors en daarna doorgestuurd naar de frontale hersenschors. Daar moesten de prikkels een minimaal activiteitsniveau opwekken om in het bewustzijn door te kunnen dringen.


Gebrekkige informatieoverdracht
Maar sommige prikkels slagen daar dus niet in. Het is het resultaat van een gebrekkige informatieoverdracht tussen zenuwcellen in de visuele hersenschors, zo stellen de onderzoekers. Deze zorgt ervoor dat het benodigde minimale activiteitsniveau in de frontale hersenschors niet wordt gehaald en de apen zich dus niet bewust worden van die informatie.

Zwakke elektrische stroompjes
Experimenten wijzen uit dat dat minimale activiteitsniveau ook niet werd gehaald wanneer men de zenuwcellen in de visuele hersenschors met zwakke elektrische stroompjes activeerde. “De prikkels dringen alleen door tot in het bewustzijn, wanneer de geactiveerde zenuwcellen hun activiteit in voldoende mate doorgeven aan hogere hersenschorsgebieden,” legt Roelfsema uit.

Het onderzoek kan van groot belang blijken voor blinde patiënten. “Deze nieuwe informatie, over hoe en wanneer een stimulus tot het bewustzijn doordringt, brengt ons weer een stap dichter bij de ontwikkeling van een hersenschorsprothese voor blinde patiënten, door middel van elektrische stimulatie van de hersenschors.”