Ze blijken honderden genen te bezitten die de totstandkoming van tumoren voorkomen.

Bij olifanten wordt vrijwel nooit kanker vastgesteld. En dat is om twee redenen eigenlijk heel verwonderlijk. Eén: olifanten zijn gigantisch. Twee: olifanten leven vrij lang.

Celdeling
Tumoren ontstaan wanneer individuele cellen zich verkeerd delen. Hoe groter je lichaam is, hoe meer cellen je hebt en hoe groter dus ook de kans op een foutje in de celdeling. Daarnaast is ook een lang leven een risicofactor; het biedt cellen immers meer tijd om te muteren.

Maar die logische redenering krijgt dus geen vat op de enorme, langlevende olifanten. En een nieuw onderzoek kan dat nu deels verklaren. In het blad eLife schrijven onderzoekers dat olifanten talloze genen bezitten die de totstandkoming van tumoren verhinderen.

Tumorsuppressor-genen
“In feite kun je genen in drie categorieën indelen,” zo legt onderzoeker Vincent Lynch aan Scientias.nl uit. “Genen die niets te maken hebben met kanker. Genen die – wanneer ze muteren – kanker veroorzaken. En genen die kanker voorkomen, doordat ze opmerken wanneer een normale cel begint te transformeren tot kankercel. Die (laatstgenoemde, red.) genen noemen we tumorsuppressor-genen en ze doen precies dat (wat hun naam doet vermoeden, red.): tumoren onderdrukken.”

Verrassing!
Aangenomen werd dat olifanten wel wat van deze genen bezaten. Maar de enorme landdieren wisten Lynch en collega’s enorm te verrassen. “We dachten dat olifanten wel een paar extra tumorsuppressor-genen zouden hebben, maar wij ontdekten dat ze er honderden hadden!” En al die genen bij elkaar maken de olifant waarschijnlijk praktisch immuun voor kanker.

Groot dankzij deze genen?
De onderzoekers bestudeerden niet alleen de olifant, maar ook nog levende en al uitgestorven familieleden van de olifant, behorende tot de Afrotheria (zoals zeekoeien en wolharige mammoeten) en de Xenarthra (zoals luiaards en gordeldieren). “We ontdekten dat de organismen die we binnen deze groepen bestudeerden, allemaal extra kopieën van tumorsuppressor-genen bezitten,” aldus Lynch. Het wijst er voorzichtig op dat de olifant – en zijn al uitgestorven gigantische familieleden – hun enorme omvang aan deze genen te danken hebben. “De dierengroepen waar olifanten nauw aan verwant zijn – de Afrotheria en Xenarthra – bestaan vandaag de dag vooral uit dieren met een klein lijf,” legt Lynch uit. “Maar in het recente verleden waren zij ook enorm, zo had je bijvoorbeeld de Stellerzeekoe, een uitgestorven zeekoe die zo groot kon worden als de grootste olifanten. En de uitgestorven Titanohyrax (een geslacht van klipdassen) was – ondanks dat nog levende klipdassen nauwelijks groter zijn dan een kleine hond – zo groot als een neushoorn.” Het is dan ook goed mogelijk dat alle dieren in deze twee diergroepen tumorsuppressor-genen hebben en dat deze genen sommige leden in staat stelden om heel groot te worden. In dat scenario waren er dus eerst de genen en verkregen de dieren daarna hun enorme omvang. En is het dus niet zo dat dieren de genen pas verkregen nadat ze een enorme omvang hadden bereikt. Zo kan het onderzoek terloops dus ook nog meer inzicht geven in hoe olifanten – en tal van andere fascinerende, inmiddels uitgestorven giganten – zo’n enorme omvang konden bereiken.

“Door vast te stellen hoe grote, langlevende soorten betere manieren ontwikkelden om kanker te onderdrukken, kunnen we iets nieuws leren over hoe evolutie werkt en hopelijk ook manieren vinden om die kennis te gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe kankerbehandelingen,” aldus onderzoeker Juan Manuel Vazquez. “We gaan kankerpatiënten niet injecteren met anti-kankergenen van olifanten,” benadrukt Lynch. “Maar als we uit kunnen vogelen hoe olifanten kanker verslaan, kunnen we misschien behandelingen ontwikkelen die de wijze waarop olifanten kanker onderdrukken, nabootsen.”

WIST JE DAT…
…recent onderzoek heeft uitgewezen dat ook olifanten dronken kunnen worden?