Met de strikte maatregelen van nu kunnen we niet alleen de komende maanden, maar waarschijnlijk ook de komende jaren heel veel levens redden.

Tot die conclusie komen onderzoekers in het blad Virulence. Ze roepen overheden wereldwijd dan ook op om de strikte coronamaatregelen de komende tijd te blijven handhaven.

Varianten
Reden voor die oproep is de verspreiding van enkele gevreesde virusvarianten die de laatste weken onder meer in Groot-Brittannië en Zuid-Afrika zijn opgedoken en nog besmettelijker zijn dan de varianten die de wereld nu al ongeveer een jaar in hun greep houden. De ons inmiddels bekende varianten baren onderzoekers zorgen. Maar grote zorgen zijn er ook over de mutaties die we nog niet op de radar hebben of die nog het levenslicht zullen gaan zien. Want wat als die nog besmettelijker of dodelijker zijn? En wat als die mutaties het virus ongevoelig maken voor de vaccins waar eenieder zijn hoop op gesteld heeft?


Met de opkomst van nieuwe virusvarianten is ook onze strijd tegen het coronavirus veranderd. “De mensheid wordt geconfronteerd met een nieuwe realiteit,” zo schrijven de onderzoekers. “We moeten de evolutie en verspreiding van besmettelijkere virusvarianten nu stoppen.”

Over de virusvarianten
Op het moment hoor je veel over de Britse en Zuid-Afrikaanse varianten. “Het zijn in feite groepen virusvarianten die genetisch net iets van elkaar verschillen,” legt professor Cock van Oosterhout, verbonden aan de University of East Anglia en hoofdauteur van het artikel in Virulence uit. “Het gaat dan vaak om slechts enkele mutaties.” Deze nieuwe varianten kunnen de bestaande varianten van het virus verdringen, omdat ze zich net iets beter kunnen verspreiden. “Deze nieuwe varianten zijn niet per se dodelijker; het virus is er niet bij gebaat om de gastheer te doden,” zo benadrukt Van Oosterhout. “Het is zelfs beter voor het virus als de gastheer actief blijft en anderen besmet. Maar doordat deze varianten zich beter verspreiden, zullen ook meer mensen geïnfecteerd raken en uiteindelijk dus toch ook meer mensen komen te overlijden. En daarom moeten we de evolutie van het virus zien te beperken.”

Voorkom nieuwe mutaties
Dat de verspreiding van deze virusvarianten sterk gehinderd wordt als we thuiswerken, de scholen dicht zijn en we nauwelijks visite ontvangen, wijst voor zich. Maar wat mensen zich misschien niet direct realiseren, is dat we zo ook kunnen voorkomen dat nieuwe mutaties ontstaan. Want het virus verandert terwijl het zich onder mensen begeeft. En de Britse variant die we nu bijvoorbeeld zien, is waarschijnlijk dan ook te herleiden naar de nog niet zo strikte maatregelen en hoge besmettingscijfers waarmee Groot-Brittannië – net als veel andere Europese landen – de winter inging. “Doordat we het reproductiegetal niet geminimaliseerd hebben toen we daar de kans voor hadden, heeft het virus zich verder kunnen verspreiden en hebben we het virus ook de kans gegeven om te muteren en te evolueren tot een besmettelijkere variant,” aldus de onderzoekers. “Simpel gezegd leiden meer besmettingen tot een grotere kans op het ontstaan van nieuwe varianten.”

Grote impact
Waar strikte coronamaatregelen eerder vooral gericht waren op de korte termijn en stijgende besmettingscijfers de kop in moesten drukken, krijgen ze er nu dus in zekere zin nog een functie bij. Ze moeten namelijk – middels het terugdringen van het aantal besmettingen – ook de kans dat nieuwe varianten ontstaan die zich (gemakkelijker) kunnen verspreiden, verkleinen. En daarmee zijn de strikte lockdowns van nu misschien wel belangrijker dan ooit. En reikt de impact van de coronamaatregelen ook veel verder; ze kunnen immers de kans dat er gevaarlijkere mutaties ontstaan, die misschien zelfs wel lastig te bestrijden zijn met de huidige vaccins, sterk verkleinen. “Simpel gezegd zal het beperken van uitbraken van zeer besmettelijke varianten niet alleen de komende maanden levens redden, maar ook de komende jaren,” zo schrijven de onderzoekers.


Vaccins
Daarnaast is er natuurlijk ook een belangrijke rol weggelegd voor vaccins, zo stelt Van Oosterhout. “We moeten er bovenop zitten en dat doe je door je contacten te beperken en je te laten vaccineren zodra je het vaccin krijgt aangeboden.” Want zolang de vaccins effectief blijken te zijn tegen de rondwarende varianten zal een hoge vaccinatiegraad niet alleen het aantal sterftes, maar hopelijk ook het aantal besmettingen en dus de kans op nieuwe mutaties terugdringen. Enige haast is daarbij wel geboden. “Het vaccin zorgt ervoor dat je lichaam antistoffen aanmaakt die het virus kunnen herkennen,” legt Van Oosterhout uit. Wanneer je vervolgens met het coronavirus in aanraking komt, kan je immuunsysteem direct in actie komen. “De antistoffen binden zich aan het spike-eiwit van het virus. Nieuwe mutaties in het gen dat voor deze spike-eiwitten codeert, kunnen ertoe leiden dat antistoffen het minder goed herkennen.” Op het moment is nog niet helemaal duidelijk of de ontwikkelde vaccins minder goed opgewassen zijn tegen de Britse en Zuid-Afrikaanse varianten, maar Van Oosterhout is optimistisch. “Wij denken dat het vaccin vrij effectief blijft, omdat we veel verschillende antistoffen voor verschillende delen van dit spike-eiwit aanmaken. Maar het is belangrijk om mensen nu te vaccineren, vóór er veel meer mutaties optreden die er uiteindelijk toe leiden dat het virus aan onze antistoffen weet te ontkomen.”

Lastige boodschap
Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn en erkennen dat het nog wel even kan duren voor een groot deel van de bevolking gevaccineerd is. Het betekent heel concreet dat we het in de strijd tegen mutaties de komende tijd toch vooral van de coronamaatregelen zullen moeten hebben. Een lastige boodschap, zo weet ook Van Oosterhout. Want ondertussen staat het water talloze bedrijven aan de lippen en worstelen velen met uit de maatregelen voortvloeiende psychische klachten en eenzaamheid. Maar we hebben welbeschouwd geen andere opties, zo benadrukt hij. “Overheden moeten een afweging maken tussen het redden van de economie en het redden van mensenlevens. En dan is er nog de impact die dit alles heeft op het mentale welzijn van mensen, het onderwijs van onze kinderen, de zorg, enzovoort. Onze politici proberen compromissen te sluiten, maar met een virus zoals SARS-CoV-2 kun je geen compromissen sluiten (…) Het belangrijkste is nu om het aantal besmettingen terug te brengen, niet alleen om sterftes te voorkomen, maar ook om de opkomst van nieuwe, besmettelijkere varianten tegen te gaan.”

Anticiperen
Tenslotte wijzen de onderzoekers er in hun artikel ook op dat het virus niet alleen onder mensen kan muteren, maar ook in zogenoemde dierenreservoirs: andere diersoorten die het virus – al dan niet via de mens – onder de leden krijgen. Denk bijvoorbeeld aan nertsen, maar ook katten of honden. Het gevaar bestaat vervolgens dat die varianten weer overspringen op mensen. “Coronavirussen zijn zoönosen, wat betekent dat ze niet alleen mensen, maar ook andere dieren kunnen besmetten. Gelukkig zijn er nog geen mensen besmet geraakt van hun hond of kat, of althans, dat is nog niet gerapporteerd in de wetenschappelijke literatuur. Maar we kunnen het niet uitsluiten dat het virus dat in de toekomst misschien wel kan gaan doen. Wat we wel weten is dat evolutionaire innovaties die in het dierenreservoir plaatsvinden, hun weg terug kunnen vinden naar de menselijke populatie. Dat kan wellicht worden tegengegaan door ook een vaccin voor dieren te ontwikkelen. Het is belangrijk dat we ons voorbereiden en dit toevoegen aan ons wapenarsenaal. Gelukkig worden zulke vaccins op dit moment al ontwikkeld in de Verenigde Staten en Rusland. Met een virus zoals SARS-CoV-2 kunnen we het ons niet veroorloven om reactief te zijn; we moeten proactief zijn en anticiperen op mogelijke toekomstige veranderingen. Een vaccin ontwikkelen voor dieren is zo’n voorzorgsmaatregel.”

Het coronavirus dat al zo ongrijpbaar was, lijkt door de nieuwe varianten nog ongrijpbaarder te zijn geworden. En opnieuw worden we zo met de neus op de feiten gedrukt: dit virus laat zich niet zomaar controleren. Toch is er ook reden voor optimisme, zo stelt Van Oosterhout. “Een heel groot aantal wetenschappers wereldwijd heeft dit virus bestudeerd, vaccins ontwikkeld, onderzoek gedaan naar hoe het virus wordt overgedragen, etc. We weten nu zoveel meer dan we twaalf maanden geleden deden. En we komen er echt bovenop, maar dat vraagt wel om een gecoördineerde inspanning van iedereen en een beter begrip van het virus. Zeker beleidsmakers en politici – maar ook de burgers – moeten zich ervan bewust zijn welke risico’s dit virus op lange termijn voor onze samenleving en manier van leven vormt. Want alleen zo kunnen we voorkomen dat er beslissingen worden genomen die onze samenleving nog verder in gevaar brengen.”