Het ene moment lust uw baby alles en de volgende dag moet hij er niets meer van hebben. Hoe komt dat? Onderzoeker Lucy Cooke concludeert dat het kieskeurige gedrag voortkomt uit de evolutie. Dat wil echter niet zeggen dat u de opgetrokken neus voor spruitjes zomaar moet accepteren: er zijn wetenschappelijke trucjes om uw kind toch aan de groente te krijgen.

Wanneer een kind tussen de vier en zes maanden oud is, eet het vrijwel alles wat het aangeboden krijgt, zo weet Cooke. Dat is ook logisch. “In theorie wordt alles wat de baby voorgeschoteld krijgt aangeboden door de moeder of een andere verzorger en dus moet het wel veilig zijn.”

Veiligheidsmodus
Maar de baby kan zodra hij gaat lopen wel eens opeens een heel ander voedselpatroon krijgen. Opeens lust hij de groente die hij eerder zo lekker vond niet meer. “Dat is een ingebouwde veiligheidsmodus,” weet Cooke. Het voedsel is niet langer enkel meer van moeder afkomstig: de baby kan zelf een rondje doen en op giftige producten stuiten. Voorzichtigheid is dus geboden.

Vaker spruitjes eten
Over het algemeen verdwijnt de kieskeurigheid wanneer de kinderen een jaar of vijf zijn. “En er is veel wat ouders kunnen doen om dat proces op gang te helpen.” Zo is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken dat kinderen voedsel aantrekkelijker gaan vinden wanneer ze er vaker mee te maken krijgen. Daarom is het belangrijk dat een kind vanaf vier maanden tot twee jaar zoveel mogelijk soorten voedsel voorgeschoteld krijgt. Wanneer het kind dan toch kieskeurig wordt, is er in ieder geval nog relatief veel voedsel dat de peuter wel lust.

Blijven proberen
Een ander trucje: gewoon blijven proberen. Een kind gaat voedsel dat hij eerst vies vindt pas accepteren wanneer hij het tien keer geproefd heeft. Een andere mogelijkheid: maak het eten interessant. Een kind vindt eten interessanter als u het interessant vindt. Maak er dus een familieaangelegenheid van: doe samen de boodschappen en laat de kinderen helpen bij het koken.

Wat zeker niet helpt, is dwang. Daar wordt het kind alleen maar opstandiger van. Ook de belofte: ‘eerst de spruitjes opeten en dan krijg je een toetje’ is niet pedagogisch verantwoord. Het bevestigt namelijk het vooroordeel dat het kind heeft: de spruitjes zijn vies. De beste methode om het kind aan het eten te krijgen, is ten allen tijde het geven van het goede voorbeeld. Dus, papa’s en mama’s: vanaf nu vindt u spruitjes verrukkelijk en eet u ze zeker twee keer per week.