Wij mensen mogen onszelf dan wel heel intelligent vinden, vergeleken met andere diersoorten zijn onze baby’s behoorlijk hulpeloos. Zo duurt het bijvoorbeeld wel een jaar voordat een mensenkind kan lopen, terwijl een baby-olifant direct na zijn geboorte al de eerste stapjes zet. Waarom zijn wij zo hulpeloos en onderontwikkeld bij onze geboorte? Worden wij soms te vroeg geboren?

Jarenlang werd door de wetenschap aangenomen dat onze hulpeloze baby’s het gevolg zijn van een relatief grote menselijke schedelomvang en de beperking van het vrouwelijk bekken. De evolutie van het vrouwelijke bekken zou een compromis zijn tussen iets wat wijd moet zijn om een baby met grote hersenen door te laten, maar ook smal moet zijn om efficiënt lopen mogelijk te maken. Dit heet: het ‘obstetrisch dilemma’. De heupbotten kunnen niet verder uit elkaar, daardoor zouden vrouwen inefficiënt gaan lopen. Daarom moeten onze baby’s wel vroeg in hun ontwikkeling geboren worden, anders passen ze met hun (te) grote hersenen niet meer door het geboortekanaal.

Kleine kinderen mogen dan relatief hulpeloos zijn; ze weten wel heel goed hoe ze om hulp moeten vragen. Foto: Sam Stanton (cc via Flickr.com).

Kleine kinderen mogen dan relatief hulpeloos zijn; ze weten wel heel goed hoe ze om hulp moeten vragen. Foto: Sam Stanton (cc via Flickr.com).

Maar klopt die theorie wel?
Volgens de obstetrisch dilemma-theorie begrenst ons bekken niet alleen de zwangerschapsduur, maar zijn vrouwen in principe ook minder goede hardlopers. Gek genoeg was dit tot nu toe nooit onderzocht. Dr. Holly Dunsworth en haar collega’s onderzochten de efficiëntie van lopen en rennen bij mannen en vrouwen. Met bewegingsregistratie en een druksensor konden ze het mechaniek van de heupen en benen analyseren. Men dacht altijd dat vrouwen tijdens het lopen meer energie moesten leveren dan mannen omdat de heupspieren van vrouwen aan een breder bekken vastzitten. Maar wat blijkt, doordat vrouwen tijdens het lopen met hun heupen wiebelen, hoeven zij hun spieren niet harder te laten werken dan mannen. Vrouwen met brede heupen lopen en rennen even efficiënt als mannen. Het vrouwelijke bekken is dus helemaal geen nadeel. Waarom kan ons bekken dan niet breder worden?

Het juiste antwoord is…
Kan het zijn dat de duur van de zwangerschap niet van ons bekken afhangt maar van iets totaal anders, namelijk het energieverbruik? Dunsworth e.a. (2012) hebben bij zwangere vrouwen de metabolismesnelheid van moeder en kind gemeten. Dit is de hoeveelheid voedsel per tijdseenheid die door het lichaam in energie kan worden omgezet. De hoeveelheid energie die de moeder kan leveren tijdens de zwangerschap bereikt na een snelle stijging een maximum. Meer energie kan haar lichaam niet doorgeven: ook al zou ze een paar honderd calorieën extra eten, haar stofwisseling gaat niet sneller. Het energieverbruik van het kind blijft tijdens de zwangerschap wel steeds toenemen. Op een gegeven moment, zo rond de negen maanden, vraagt het kind evenveel energie van de moeder, als de moeder maximaal kan geven. Dit is het moment waarop ze bevalt. Bij een langere zwangerschapsduur zou het kindje voedingstoffen te kort komen. Het fascinerende is dus dat de geboorte plaatsvindt op het moment dat de baby meer energie gaat vragen dan de moeder kan geven.

Honger? Dan is het tijd om ter wereld te komen! Foto: Alec Couros (cc via Flickr.com).

Honger? Dan is het tijd om ter wereld te komen! Foto: Alec Couros (cc via Flickr.com).

Een nieuwe theorie
Het onderzoek van Dunsworth is revolutionair. Het toont aan dat ongeacht de breedte van onze heupen, onze baby’s geen dag langer in de baarmoeder kunnen blijven. Smalle heupen zijn geen compromis of beperking van het menselijk lichaam, het bekken functioneert heel goed. Deze theorie werpt ook nieuw licht op die ‘hulpeloze’ doorgaans gezonde baby’s. We zeggen wel dat ze te vroeg ter wereld komen, maar binnen de evolutie is het geen probleem gebleken, de mensheid heeft zich goed gehandhaafd.

Mens-zijn betekent veel leren
Vergeleken met de chimpansee, is de mens ongeveer even lang zwanger en zijn onze baby’s naar verhouding even groot. Menselijke hersenen blijven zich tot ver in de pubertijd doorontwikkelen. Chimpansees hoeven minder te leren, hun hersens zijn daardoor bij de geboorte veel meer af. Om het eerste levensjaar door te komen, zijn voor hen andere zaken van belang zoals het snel kunnen lopen om de moeder te kunnen volgen of te vluchten bij gevaar.

De huidige obstetrisch dilemma-theorie, is aan vervanging toe. Niet onze bekkengrootte bepaalt de zwangerschapsduur maar de maximale energieopname en afgifte tussen moeder en kind tijdens de zwangerschap. Wij worden dus helemaal niet te vroeg in onze ontwikkeling geboren. Dit blijkt ook uit de overeenkomst in zwangerschapsduur en geboortegewicht met onze nauwste verwanten. Weliswaar komen onze baby’s hulpeloos ter wereld, maar dit is zeker niet dom. Het geeft de mens de kans om uit te groeien tot het meest intelligente wezen ter wereld.

Birgitte Duijts (26) studeert Science Education and Communication aan de Universiteit Utrecht en schreef dit artikel voor het vak Public Science Communication with Multimedia. Duijts hoopt na haar studie biologiedocent te worden.