mier

Wetenschappers hebben ontdekt dat sommige mieren lui zijn. In een nieuw paper komen ze met mogelijke verklaringen voor die luiheid.

Als er één organisme als ijverig te boek staat, dan is het de mier wel. Maar misschien moeten we dat beeld van de mier een beetje bijschaven. Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat zich onder mieren van de soort Temnothorax rugatulus individuen bevinden die het grootste deel van de dag niks doen.

Eigen taak
In een mierenkolonie heeft elke mier zijn eigen taak. Er zijn bijvoorbeeld verkenners en mieren die voedsel verzamelen. Maar blijkbaar is er nog een taak waar mieren zich in kunnen specialiseren: lui zijn. “Verrassend genoeg ontdekten we dat luiheid een soort gedrag op zichzelf is,” vertelt onderzoeker Daniel Charbonneau.

“Verrassend genoeg ontdekten we dat luiheid een soort gedrag op zichzelf is”

Waarom?
Charbonneau en zijn collega Anna Dornhaus bestudeerden het gedrag van 250 mieren in vijf verschillende koloniën gedurende drie weken. Bijna de helft van de bestudeerde mieren bleek constant inactief te zijn. De grote vraag is natuurlijk: waarom? In een nieuw paper verkennen de onderzoekers een aantal mogelijkheden.

De ‘luie’ mieren zijn tijdelijk werkeloos
Een kolonie kan alleen succesvol zijn als deze flexibel en tegelijkertijd robuust is. Flexibiliteit is vereist wanneer de omstandigheden plots veranderen. Bijvoorbeeld wanneer er opeens meer voedsel nodig is. Robuustheid is nodig wanneer er bijvoorbeeld een werker verloren gaat. Flexibiliteit en robuustheid betekent ook dat de behoefte aan arbeidskrachten in een kolonie fluctueert. De ene keer zijn er meer werkers nodig dan de andere. Luie mieren zijn wellicht tijdelijk werkeloze mieren aan wiens vaardigheden momenteel even geen behoefte is. “Het kunnen reserve-arbeiders zijn,” stelt Charbonneau.

Drempel
Een andere mogelijkheid is dat de luie mieren niet zo snel geneigd zijn om aan het werk te gaan. Vergelijk het met een studentenhuis waarin de drempel voor student A om de afwas te gaan doen, heel hoog is. Deze student kan het prima aanzien dat de afwas zich opstapelt. Voor student B is de drempel om de afwas te gaan doen, heel laag. Zodra de afwas zich opstapelt, zal student B zich naar de keuken haasten en uiteindelijk degene zijn die de afwas wegwerkt. Mogelijk hebben ook de drempels van mieren verschillende hoogtes en leiden die ertoe dat de ene mier zich in taak A specialiseert en de andere mier zich in taak B specialiseert. De ‘luie’ mieren hebben mogelijk de hoogste drempel van allemaal.

T. rugatulus. Afbeelding: Antweb.org.

T. rugatulus. Afbeelding: Antweb.org.

Omvang van de groep
Mogelijk hangt de luiheid van de mieren samen met de grootte van de kolonie. “In kleinere koloniën zijn arbeiders vaker generalisten,” legt Charbonneau uit. In grotere koloniën hebben mieren een specifieke taak die ze op een specifieke plek uitvoeren. Wanneer andere mieren op die plek aan het werk willen gaan, is de kans groter dat er niets te doen is en zo kan een luie mier ontstaan.

Stiekem toch aan het werk?
Welke mogelijke verklaring klopt, is nog onduidelijk. Momenteel zoeken de onderzoekers ook nog uit of de luie mieren misschien stiekem toch werk verrichten. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat het een soort levende koelkasten zijn. Van sommige mierensoorten weten we dat er arbeiders zijn die voedsel verzamelen en opslaan in hun maag. Ze brengen het voedsel vervolgens terug naar de kolonie, braken het uit en geven het aan andere mieren. Mogelijk slaan ook de ‘luie’ mieren van de soort T. rugatulus voedsel op in hun lijf. Dat wordt nu nog onderzocht. Ook zou het kunnen dat de ‘luie’ mieren voor nageslacht zorgen. Uit onderzoek blijkt dat de eierstokken van de ‘luie’ mieren beter ontwikkeld zijn, wat erop zou kunnen wijzen dat ze een grotere kans hebben om gezond nageslacht op de wereld te zetten. “We weten nog niet of deze mieren echt eieren leggen en of die eieren uitkomen en de jongen volwassen worden. Sommige mierensoorten leggen eieren die gebruikt worden als voedsel voor de kolonie, dus dat kan hier ook nog aan de hand zijn.”

En dan is er natuurlijk ook nog de mogelijkheid dat de mieren gewoon echt lui zijn. Charbonneau wijst erop dat in alle complexe organisaties – of ze nu door de natuur of door mensen gemaakt zijn – luie ‘individuen’ te vinden zijn. “Als je een netwerk van servers hebt die samenwerken om informatie op te slaan of te analyseren, heb je uiteindelijk ook te maken met enkele servers die helemaal niet actief zijn.”