Opstanden in Tibet, de rellen in Parijs en de man op het Plein van de Hemelse Vrede. Waarom gaan zwakke groepen de strijd aan met machtigere groepen? Zo’n strijd brengt namelijk grote risico’s met zich mee. Elanor Kamans van de Rijksuniversiteit Groningen beweert dat de strijd aangaan voor zwakke groepen soms functioneler is dan een conflict uit de weg gaan.

“Als een machteloze groep fysiek wordt bedreigd kiest men al snel het hazenpad”, legt Kamans uit. “Als er belangrijke middelen op het spel staan – denk aan olie of geld – dan gaat de groep vaak wel de confrontatie aan.” Het gaat daarbij meestal niet om de groep in zijn geheel, maar om individuen die zich sterk met de groep identificeren.

Een tweede belangrijke aanleiding om toch de confrontatie aan te gaan als machteloze groep is de mate waarin er iets te verliezen valt. Sommige groepen hebben veel te verliezen als zij hun machtige tegenstander kwaad maken, terwijl andere groepen het gevoel kunnen hebben dat het toch niet erger kan worden. Kamans: “Als een situatie uitzichtlozer wordt, ga je zoeken naar extremere oplossingen. Een groep die geen macht heeft, maar wel hoog in aanzien staat, zal minder snel de confrontatie aangaan dan een groep die in beide categorieën laag scoort.”

Om te onderzoeken hoe groepen die nog wel hoop hebben omgaan met een conflict, ontwierp Kamans een experiment waarin machteloze groepen te horen kregen dat zij gezien hun positie bijna geen kans maakten om nog te winnen. Een andere groep kreeg te horen dat zij weliswaar machteloos waren, maar dat dit zeker niet betekende dat dit ook zou resulteren in verlies. Hieruit bleek dat er wel degelijk een verschil te zien is tussen beide groepen.

“Als een situatie niet uitzichtloos is, is een groep geneigd zich constructief op te stellen,” vertelt Kamans. “Veel meer dan de groep die nauwelijks kans op succes heeft, zijn zij bereid het gesprek aan te gaan. Bij het communiceren met dergelijke zwakkere groepen zou het dus zinvol zijn om te laten merken dat hun situatie niet uitzichtloos is. Door daar rekening mee te houden creëer je een basis voor verder overleg.”

“Wat hierbij wel wrang is, is dat een machtige groep die zich aangevallen voelt, juist geneigd is minder constructief te zijn. Met name als het opeens niet meer zo vanzelfsprekend is dat zij zouden winnen als het tot een confrontatie komt. Hun machtspositie komt onder druk te staan door een groep waar ze eigenlijk een beetje op neerkijken. Wat je dan ziet gebeuren is dat machtige groepen zich vijandiger gaan gedragen.”