Wanneer iemand met borstkanker onder het mes gaat, dan raden chirurgen aan om binnen zes weken na de borstsparende operatie te starten met de bestraling. Volgens radiotherapeut Jan Jobsen ontbreekt wetenschappelijke onderbouwing voor deze termijn. Door langer te wachten lijkt de overlevingskans van patiënten toe te nemen.

Jobsen onderzocht de overlevingskans van borstkankerpatiënten die langer dan zes weken na de operatie starten met de bestraling. Uit het onderzoek blijkt dat de kans op de terugkeer van de ziekte in de borst niet toeneemt.

Ook keek Jobsen in zijn promotieonderzoek naar het verband tussen een positieve familiegeschiedenis, waarbij meer familieleden te maken hebben gehad met borstkanker, en de kans op terugkeer van de ziekte. Op dit moment raden chirurgen een borstsparende behandeling af bij met name jonge patiënten met een positieve familiegeschiedenis. Uit het onderzoek van Jobsen blijkt echter dat er geen sprake is van een verhoogd risico op de terugkeer van de ziekte.

Jobsen maakte voor het onderzoek gebruik van een database met 3.900 patiënten, die bijna allemaal een borstsparende behandeling hebben ondergaan. Het onderzoek startte hij zelf in 1983, toen de eerste borstsparende behandelingen in de regio Twente-Achterhoek begonnen.